Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stomden volmaakt. Oeds alleen stiet Feye verholen in de ribben, knikhoofdend naar de vrouwenfiguren, die ter weerskanten van de ingang als kapiteeldragers halfnaakt uit kolossale rose schelpen stegen, de houten borsten pral vooruitgestoken.

—• Wat 'n gemoed...

Feye trok nadenkelijk aan de pijp met het slappe zwarte mondstuk. Zijn oogleden onder de dunne gele wenkbrauwstrepen knepen samen. Toen klopte hij met de hand eerst rechts, dan links op zijn vest.

— Adam en Eva...

Ze stieten elkaar opnieuw aan, en vinnige korte vrolijkheid schokte hun bovenlijven.

Herre keek tersluiks naar Boukje, die nog aan zijn arm hing. Ze stond opgetogen stil voor het spiegelglazen glinsterend wonder. Haar kleine gevulde mond zakte een weinig open, ze ademde sneller. Hij glimlachte inwendig. Hij sloeg de arm om haar schouders, trok haar vrolijk mee.

•— Draaien zullen wel Niet bang zijnl

Jurjen Hoek en de getaande turfschipper op zijn zachte vilten zondagsmuilen met borduurwerk maakten schrikgebaren; ook de andere manspersonen draalden. Jurjen drong heftig achteruit, tot Feye en Oeds hem aan de arm vatten.

— Kom mee, kom mee, wat zou 'tl Die andere lui raken d'r toch ook levend uitl Draaien, zegt Wiardal

— Ik, op mijn leeftijdl zei Knelis, die achtenveertig jaar was en wiens dochter juist was bevallen. Knelis meende, dat hij zijn grootvadersreputatie hoog diende te houden. Maar Herre Wiarda stond al met de voet op het plankier van de ingang. Hij beschreef een bevelend, uittartend gebaar met de arm: kom tochl Zijn gezicht lichtte rossig, de ogen tintelden.

— Draaien]

Langs de cassa schoven ze het paleis van hout en glas binnen, waar de caroussel hijgend en schommelend in de rondte bolderde op het snerpen van een orgel. Herre duwde Boukje de treden van de molen op, zijn handen schoven, nu ze hun kans vonden, gretig langs haar bovenbenen; hij volgde

Sluiten