Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

offerte, aan fabrieksaandeel en condens. Hij was verliefd op Boukje Durks, hij was de jonge boer van de Zomerweg, die de simpele buren de weg wees in de luidruchtige doolhof, die hun de toekomst liet voorspellen, en oliebollen opdissen, en draaien in de caroussel. Toen Feikje van Fetse eindelijk, half aarzelend, half klagend begon over de trein, veegde hij de plannen om terug te gaan, met een fel gebaar weg:

•— Nog lang niet, Feikl nog lang niet! Aanneme, ik tracteerl Een rondje 1 Allemaal drinken]

Oeds en Jurjen en Knelis, opgemonterd door vis en bier, schoven gulzig nader —: de vrouwen bukten zich met een ingehouden lach voor Herre's machtsspreuk, maar in sommige ogen draalde nog vaag een gevoel van schuld: het werd zo laat, en wat zouden de kinders zeggen, en de anderen, thuis, moesten wel denken, dat ze loszinnige heidenen waren...

De diepe avond begon, toen ze weer buiten kwamen. Cats en curajao hadden hen inwendig gewarmd, avontuur tintelde in hun bloed. Knelis schoof de „grootvaders" klauw onhandig tastend onder de arm van Sieuwk, wier gespannen boezem in het bruine jak hem al sinds de eerste borrels op was gevallen. Zo mollig had hij zijn buurvrouw niet vermoed. Zij krijste licht en sloeg hem weg, maar hij volhardde stuurs in zijn dronken verliefdheid, en toen in het gedrang niemand op hen lette, liet de eerbare hem begaan. De kaaskoopman had zijn eigen vrouw bij zich —• hij liep altijd daar in de troep, waar zij niet was ■—■, maar de rest paarde zich langzamerhand —• en gearmd, lichtelijk slingerend, duwden zij zich in het donkere, overstraalde gedrang van de volle kermis op. —•

Het rosse feestlicht spetterde, vetpotten smeulden bleek boven de wafelkramen, het glas en blik en koper van de decoraties lichtte grijnzend schel in de avond-illuminatie, Boukje klemde bijna vreesachtig Herre's arm. Ze stonden vooraan bij de schiettent, waar getroffen tamboers losbarstten in wilde roffelingen, waar scherpe schoten splinterend onheil aanrichtten in een hoek vol kalken pijpen; en Boukje gilde en lachte bleek, toen een lijkkist gapend opensprong, en

Sluiten