Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder zonnefiguren een grillig spel speelden; langs de weg rook de zuring, en als de lichte wind korte tijd opstak, prikkelde de reuk van het gemaaide land, dat met groene en blonde banen op de tweede snede wachtte. Een ooievaar stond eenzaam verheven op het nest, één poot opgetrokken onder het glanzend-zachte vogellijf. Herre trapte in de rustige zekerheid van wat hem te wachten stond, groette voorbijgangers afgemeten, en floot af en toe, als er niemand op de weg liep.

De Eisinga's zaten buiten, opzij van hun stelp, in een prieel van bloeiende vlieren. Antje Adzers zag hem het eerst, toen hij op het zandig pad van het erf bleef steken en van de fiets stapte. Zij stond op met het draagbaar theecomfoor in de hand. Haar smal gezicht werd bleek, toen kroop het traag vlekkerig rood naar haar wangen. De aanblik hinderde hem, en hij talmde even met de begroeting, door zijn fiets omslachtig tegen de zijwand te stallen, in de schaduw ■— de avondzon was met warme, rode lichtwolken doorgebroken —; daarna slenterde hij op de familie toe, als de reguliere zondagsvrijer.

Adzer Eisinga was een lange verdorde man met roodomrande ogen; grauwe bakkebaarden staken onder zijn oren uit; hij schudde Herre's hand zonder warmte, als hoogmoedige, onafhankelijke boer. De moeder, Pierk, een zwaarlijvige kortademige vrouw, tegenbeeld van man en kinderen, had een ros gezicht onder het starre oorijzer; het voorhoofd bolde met fijn zweet bedroppeld. Zij lijsde een groet. Pieter Eisinga reikte Herre met wantrouwig gebaar een smalle slappe hand. De zwaluwen vlogen puntig over de stelp, de bliksemafleiders op de nok —- nieuwste vinding •—• stonden verguld onder de helle avondhemel. Het zwatelend murmureren van elzen en vlieren wuifde om het huis. Het gesprek rekte zich van seconde tot seconde; thee en zoete koek stemden loom. Antje Adzers breide met dunne verwarde vingers; de moeder verschikte onophoudelijk het koperen comfoor en de kommen op het zwartglimmend theeblad. Men kon zien, dat dit huis niet veel vrijers gezien had. Pieter slenterde na een half uur van de tafel weg; men hoorde hem doelloos heen en weer lopen door

Sluiten