Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelukwensen; Herre was een beter klant van den laatste dan van den eerste.

De scheidslijn met de oude geboortestreek sneed dieper en dieper.

Nu woonden Herre en Antje aan de weg naar het dorp, gemakkelijk dicht bij de spoorlijn. Er was een tuintje rondom het huis, met een kunstmatig heuveltje en een treurwilg; opzij wortelde een kastanjeboom, waaronder een bank stond; de paden werden elke week geharkt, de stoep geschuurd met fijn geel zand; voorname grintstrepen zoomden de perken. In het huis waren twee kamers en een grote keuken; onder de balken boven had Herre een vertrek als „kantoor" ingericht. Hij bewaarde er zijn boeken en papieren. Antje Adzers was verliefd op de keuken, waarin de eerste gootsteen van de streek werd aangebracht, met een ijzeren pomp, die het water uit de regenbak overhevelde. Zij wilde er wonen, maar Herre verbood het.

— Ik bin geen boer, zei hij kortaf. — Ik woon in mijn huis! De keuken is er, om te koken en te wassen

Hij had er graag aan toe willen voegen, dat ook de werkmeid, die Antje drie maal per week nam, in die keuken moest blijven zitten. Maar hij dorst het niet. In de stad zou dat kunnen, hier in de woudstreek was het nog te gewaagd, zich zo kennelijk van het dienende volk te scheiden. En de meid bleef mee aan tafel.

Op de voordeur met glazen inzetsels, gekleurd bovenlicht en koperen bel praalde een nieuwigheid van de omgeving: een wit, uitdagend emaille bord, dat Antje's geheime trots was, met de mededeling, die overigens iedereen al wist:

H. TJ. WIARDA Zuivelproducten

VII

Het huwelijk was slecht. Iedereen vermoedde het. Iedereen begreep het, — had het verwacht; ieder kende de voorge-

Sluiten