Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al herfst, maar de blaren vielen nauwelijks nog. Het jaar werd killer en vochtiger, de gele stormen zwiepten langs het alleenstaand huis. De late Novemberzondagen hadden geen ander geluid dan het borrelen van de regen in de goten, het wapperen van doorweekt dood loof tegen het netwerk van zwart ontbladerde heggen. Herre ontwaakte steeds met vage, bleke schrik, hij zeurde met opstaan, hij kleedde zich half of langzaam, staarde uit het overfloerste raam, en doorbladerde de Leeuwarder Courant, die hij overigens de vorige avond al gelezen had. Antje stond in de keuken en kamde haar haar; soms verschoonde ze zich daar, hij hoorde water spoelen achter de dichte groene deur. Hij stond op de stoep te kijken, tussen twee buien, de blauwgrijze kletsnatte weg met bazaltslag was een ring om de wereld. Van een ver onzichtbaar boerenerf kwam armzalig hondengeblaf. Stilte, die vertwijfeld maakte. Tegen een uur of negen het fluiten van de enige ochtendstoomtram, dat door de schorre regen kreet. Later knerste het tuinhekje, Tjalling en Reinou, plechtig zwart voor de vermaning, kwamen hen halen. Soms gingen ze mee •—• ook de Eisinga's waren goed mennist, —• soms maakte Herre Wiarda zich er af: hij moest brieven schrijven, wissels sorteren, boeken bijwerken; de vorige avond had hij geen tijd gevonden, of hij was te moe geweest... Als hij toch mee ging naar de kerk, zat hij er als van ouds naast zijn vader, in de starre geelhouten bank, waar hij sinds zijn kindertijd gezeten had; hij herinnerde zich het lang-verbleekte gezicht van zijn grootvader Herre Wynses, die altijd opstond onder het bidden; hij herinnerde zich andere, oude, gestorven gezichten en namen; zijn jeugd trok aan hem voorbij, en hij hervond zich pas weer onder het orgelspel, in zijn eigen ogenblik. Wat had het geholpen, dat hij zich deze weg gebaand had? Hier zat hij, hij was een man, die in zijn kort bestaan meer gedaan had dan Tjalling Wychmans, en hij was even onvrij als vroeger. Vrijheid, verfoeilijke banden... De groene saaien gordijnen voor de hoge ramen bewogen onrustig, als de wind door de kieren der kozijnen drong, de zachte ernstige woorden van

Sluiten