Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cynisch vermaakt naar Rudmer's jonge lijden had gekeken.

Het was de rosse, die de kwaadaardige opdracht verzon. Toen na een paar dagen van neerslaande plasregens de kelder van de kroeg onder was gelopen, kwam deze derdejaars op de inval, het hol geheel onder water te zetten en het als slotprestatie door een paar van de nieuwelingen te laten leegscheppen. Onder de uitverkoren groenen was Rudmer. Hij werd met twee lotgenoten op Mutua ontboden, en kwam, nog doodmoe en opgeblazen van het gelag van de vorige nacht. De senaat zat aan haar speeltafel, en de kleine rosse Drentenaar legde de groenen uit, wat er voor hen nog in 't vat was. —■ Vitringa was er niet; Rudmer had al een paar maal tevergeefs rondgezien. En de senaat lette niet op den rosse; alsof ze deze laatste avond een oogje dicht wenste te doen.

De rosse besloot zijn opdracht:

— Begrepen, heren? Jullie hebben de hele nacht tijd. —

Rudmer stond sprakeloos. Een der groenen keerde zijn

afgejakkerd, verschrikt gezicht naar den opdrachtgever.

— Die kelder leegscheppen? Zo maar met onze kleren aan?

—• Nee, in Adamscostuum, zei de rosse kalm.

De nieuwelingen keken elkaar aan. De rosse glimlachte. Een ander, met rijlaarzen aan, wenkte een paar tweedejaars.

•— Jullie hebben het gehoord, heren. Deze stakkers verstaan blijkbaar hun moedertaal niet meer. Wilt u maar even helpen?

Een razend getier steeg op. Rudmer en de twee anderen werden door woeste, rukkende armen gegrepen en languit op de tafel gesmeten. Alen scheurde de dassen los, rukte de boorden af, waarbij de schrammen op keel en hals met ettelijke vermeerderden, en sleurde daarna de ontstelde lichamen uit broek en hemd, tot ze spiernaakt en belachelijk op het hout lagen. De rosse knikte goedkeurend; de senator met de monocle naderde, poetste het onmisbaar instrument langzaam schoon, en nam de groenen onaangedaan op.

— Nu begeven zich de heren naar de kelder, zei de rosse, — gaan in het water staan en beginnen te scheppen. Kan het

Sluiten