Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glimlachte hij streng. Nee, zoveel moed had hij nog niet; want socialist-zijn zou betekenen, dat hij de lijn, die hij bezig was te volgen, tot in haar uiterste spanning door had getrokken. —-

Hoezo, welke lijn? vroeg Rudmer. Vitringa begon de pijp te stoppen, maar legde ze onder het spreken weer weg ook, en nam een lange panatella uit een metalen sigarenkist. —■ Deze lijn, zei hij langzaam —•, dat wij met de wereld veranderen, en dat we een toenemende behoefte aan vrijheid opmerken en daarmee een toenemende strijd van hen die nog niet vrij zijn —• de wetenschap, en de vrouwen, en de arbeiders... Ja, ook de wetenschap, en met name de theologie. Die zit met vezel en zenuw aan de mythe en de overlevering vast, aan het doodgeworden moederlichaam van de traditie. De wereld verandert, ze wordt verwikkelder, maar tegelijkertijd begrijpelijker, naarmate de wetenschap hardere klappen toedeelt aan de mythe en het bijgeloof.

De theologie is een voertuig van overlevering en sacraal bedrog, en men moest zich feitelijk schamen, dat men met zo'n rot vehikel de mensen naar een beter leven rijen wil... "Waarom doen we nog mee aan de verkondiging van begrippen, die alleen maar zinstorend werken in de ontwikkeling der dingen? Maar ja, als je de lijn wilt volgen, waarvan ik sprak: de lijn van Pierson en Huet, die goed begonnen, hier in Holland, dan kom je tot revolutionaire denkbeelden... Dan krijg ik zelf angst, om verder te gaan, en dan begrijp ik ook, waarom de kerk het houdt met deze staat —• de grondslag van de hele maatschappij wordt weggeveegd, als ze God wegvegen...

Dat wordt een storm van een harde, ijskoude kracht, zoals ze nog nooit gekend hebben, en die ze terecht vrezen... die ik misschien ook vrees. —•

Vitringa hijgde licht en haalde de zakdoek een keer over het hoge witte voorhoofd. Rudmer zat roerloos; hij had plotseling Herre voor zich en zijn vader en kon het zonderlinge beeld niet kwijtraken. Een wereld, die veranderde. Van de arbeiders wist hij niets af. Maar Tjalling en Herre waren twee mannen, tussen wie ook een afgrond sneed. De samen-

Sluiten