Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hang drong eensklaps tot hem door. Herre's plannen, om een industrie te scheppen, en Tjallings boerse neiging naar het verleden, zijn stille deemoedige behoudzucht, het had iets te maken met de woorden van Vitringa, die in hun hese nadrukkelijkheid nog in hem naklonken. Rudmer was verslagen en vol wilde twijfel. Hij zag eensklaps wat het betekenen moest, trouw te zijn aan een denkbeeld. Hij voelde zich klein en ijdel naast Vitringa, die met nerveuze, lange halen rookte, terwijl hij weer ging zitten.

— Je zult 't niet makkelijk hebben, Rudmer Wiarda, zei hij op zijn oude, tragere toon; als je eerlijk wilt zijn en de werkelijkheid onder het oog zien. Je hebt gevraagd, of ik een socialist ben. Ik kan me voorstellen, dat iemand het wordt, maar dan heeft hij ook de laatste aarzeling overwonnen, en daarmee de theologie... dan heeft hij voor een bovenzinnelijke idee de mensheid, de bestaande, kreperende, lijdende, werkende, zwetende mensheid in de plaats gezet... En dat is toch waarschijnlijk het einddoel...

Rudmer haalde diep adem. Hij moest zich verweren. Hij moest de druk van Vitringa's argumenten afslaan.

—• Goed... het einddoel van de socialisten... maar de religie predikt liefde als het einddoel... en de socialisten? Die hebben het over onteigening en zo... gewelddaden, als 't moet... staking...

Vitringa lachte.

—• Liefde, hè? Spreken we ooit nog over de liefde van de kerk voor de Waldenzen en de Arianen, over de Inquisitie tegen heksen en ketters, en de liefde van de kruisvaarders voor de Sarracenen en ander gebroed? Ook het christendom heeft in de aanval moeten gaan —■ Goeie god, dat is immers onvermijdelijk geweest. Zijn stakingen en opstanden ook niet onvermijdelijk? Dat is de mensheid in de aanval ■— tegen haar vijanden — en de kerk moet zorgen, dat ze daar niet bij hoort...

—■ Dus toch een socialist, zei Rudmer, half lachend, half ontdaan, inwendig vol huiverige trots, dat Vitringa hem zoveel vertrouwelijks had verteld.

Sluiten