Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en met zwier wist te spelen: theoloog te zijn, terwille van de theologie en niet van een roeping.

Dan keerde de onrust, die Rudmer bij Vitringa's bekentenis had gegrepen en innerlijk verwilderd, terug, en in die onrust zocht hij opnieuw Vitringa op, die hem hooggerekt en mager en met een gegrom van honende tevredenheid ontving.

—• Kom je weer zelfkwelling halen?

Het werden bezoeken, waarbij de wil tot verbitterde eerlijkheid jegens zichzelf en anderen de eerste drijfveer was. Ze disputeerden lang en breed; Vitringa kalm en machtig als een groot kanon, dat projectiel na projectiel tegen den vijand slingert; Rudmer jachtig en half wanhopig, of er niet een tussenweg viel te ontdekken tussen het geloof aan een geopenbaarde waarheid en de steile koers, die Vitringa onweerstaanbaar droeg... Het werd hem na elke keer duidelijker, dat de tussenweg niet bestond; dat er nergens tussenwegen waren, tenzij tot schade van den mens. Of men geloofde in een Opperwezen en zijn Zoon, of men verwierp het hele christendom als een middeleeuwse geheimleer en aanvaardde de natuur en het verstand en de wet van zintuigen en inzicht. —■ Rudmer stond telkens weer voor de erkenning, waarbij Vitringa sarcastisch toekeek, alsof hij wachtte, dat Rudmer partij zou kiezen. Maar Rudmer dorst niet. Het zou betekenen, dat het hele indrukwekkende gebouw in zou storten, als een grote illusie, die hoogstens nog een historische les voor de bestaande wereld inhield. —• En Rudmer wist, dat hij met die instorting ook zou toelaten, dat een van de drijfkrachten in zijn eigen leven — de eerzucht —• zinneloos werd. —

Hij wist het, donker en opzettelijk onbewust; de eerzucht was het, die hem drong, méér te weten en scherpzinniger te denken en zijn kennis spelender te beheersen dan de anderen. Het was de boerenzoon in hem, die wraak nam voor zijn verachte afkomst, voor zijn jeugd achter de koeien en de plompe eenvoud van zijn wroetend geslacht. De genoegdoening van een welgeslaagd propaedeutisch was bijna niet minder dan die van een met noblesse gedragen fantasievest of een wandelstok met

Sluiten