Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ivoren knop — hij kocht zijn uitrusting, als de beste studenten, op de Grote Alarkt bij vadertje Vreesman —; de waarde van zijn intellectuele en uiterlijke verschijning beide moest hem in het gelijk stellen tegenover de heimelijk geminachte en nog steeds lichtelijk gevreesde rest. Dat was iets, wat Vitringa niet begreep, en derhalve nooit zou kunnen erkennen; Vitringa had maar één eerzucht: zichzelf desnoods te verteren in de drang naar waarheid. — Rudmer nam het den ouden patroon kwalijk, zoals hij het uiterlijk kwalijk nam, waarmee deze in de kroeg verscheen —■ grauw, met zwabber en stropdas en

flambard, achteloos en aanmatigend in zijn slordigheid • en

met een kort verschietende tic om de mond en saamgeknepen ogen naar Rudmer's donkergestreept colbert, fijne puntboord en grijze slobkousen keek. Ja, het betekende iets, zo bekende Rudmer zichzelf verwoed, om een elegante hoed te dragen, en te weten, dat men sneeuwwitte manchetten heeft, en dat de rijksdaalders uit de boerenbuidel zo goed zi^n als die uit de safe van den generaal of de bankrekening van den fabrikant. ■— In die ogenblikken van lichtgeraakte zelfingenomenheid haatte hij Vitringa, zooals deze afgemeten en kort, als een stakige, ernstige vogel op lange benen in de kroeg verscheen, de spitse kop weerbaar en onverschillig tegelijkertijd jegens het klein en lichtgevederd gebroed, dat om hem heen zwermde: een levend verwijt van Rudmers beter-ik.

Weken lang ging hij dan weer zijn eigen weg. Hij voste, en fuifde naar alle regelen der pasveroverde grootheid en zelfstandigheid. Hij leerde ook paardrijden, in het vroege jaar van 97; des morgens voor dag en dauw draafde hij dikwijls met andere ruiters de Hereweg af naar Zuidlaren, waar hij in de vermaarde uitspanning van Bertus Sissing haas at... een gerecht, dat hij verafschuwde, maar dat hij om de aristocratische allure van de tocht en de wildbraadlunch manmoedig verorberde. Hij hield op de debateerclub een verhandeling over Darwin, die de meeste orthodoxe studenten kennelijk in de war bracht, en hij had de euvele en door iedereen toegejuichte moed, om af en toe dusdanig huis te houden in de ruiten

Sluiten