Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merken van zijn eigen slanke krachtige vingers in het weke warme vlees geprent moesten blijven. De bieradem omwolkte hem uitbundig.

—• Wiarda, hè? Theoloog, hè? Beschermeling van Viet, hè? Je hebt de beste kerel van het hele corps uitgezocht! —• Mr. Theo Brander wendde zich weer naar Vitringa. —- Nog altijd zuigend aan de borsten van de Alma Mater? Heb je eigenlijk al eens gepreekt, wat, hè? ■— Hij lachte luidkeels en vet, en gaf Vitringa een ribbestoot. •—• Een beste kerel, ja, zie je, hij voelt voor de kleine luyden...

Rudmer knikte: weet er alles van. Vitringa bleef lachen; blijkbaar kon hij van den ouden studiegenoot veel verdragen. Mr. Theo Brander nam hen beide bij de arm. Zijn geestdrift was bijkans onverdraaglijk. •— Daar moet op gedronken worden, wat, hè, Viet; nou, en jij, "Wiarda, bent toch zeker ook niet vies van het Duitse bier, wat, hè? Ik mag toch wel jij en jou zeggen •— ik ben óók vindicator geweest •—• o, ik vergeet mijn studentenjaren nooit, al word ik zo oud als de Martinitoren... Bier! bierl Donders goed brouwsel, hè? Viet, weet je nog, hoe we in de winter van '93 sneeuwballen gooiden door de ruiten van die stille knip, na de bierfuif voor Floris in de Bav? — Gross-aaartig —'1 Nou, we zijn er... Ober, drei dunkles, •—• Viet, Wiarda, daar ga je dan, op de ouwe Alma Mater —I

Het bier gorgelde door de volbloedige, gulzige hals van mr. Theo Brander. Rudmer nam den man op, die van Vitringa's jaren was: een rossig, gladgeschoren gezicht, blonde haarborstel, een lichtgeruit pak, waarboven de gesp van de vaste das overmoedig uitsprong. Vitringa dronk den ouden genoot stilvermaakt toe.

—• Je bent niet magerder geworden, Theo, sinds ik je twee jaar geleden op de dies zag...

De jurist liet de bierpul weer vullen.

— Goed leven, wat, hè? Je weet: zwaar getrouwd... Heb overigens mijn vrouw bij mijn schoonouders gebracht —■ had behoefte aan kleine vacantie... Sentimenteel, weet je; dacht

Sluiten