Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan dat uitstapje in '92 naar Norderney, toen ik nog voor mijn candidaats zat... Vrouw thuisgelaten, wat, hè? je kunt te veel krijgen van het familiegeluk —• Nee, die gouden tijd vergeet ik nooit weer... Mutua fides: wederzijdse trouw...

Zijn stem werd eensklaps week en vol onzichtbare tranen; hij zette de halfgeleegde pul neer, omvatte met zijn armen de schouders van Rudmer en Vitringa en begon breed en vals te zingen.

Hoe ver uiteengedreven,

hoe ver van onze ótad,

vereend zijn wij voor 't leven door 't wachtwoord ,,Vindicat"\

Van de muziektent klonk een twitterende vioolstreek, een kreunen van snaren; het orkest stemde de instrumenten voor de finale. Mr. Theo Brander zweeg en keek Vitringa met grote, glanzende pupillen aan. —1 En zo kwam ik hier, wat, hè? vanmiddag op de boot gestapt... Fidele kerel...] Kom, mijne heren! — Hij draaide het glimmende gezicht naar Rudmer. •—• Naar het bal! Laat eens zien, ganzegat, of ze in Groningen nog leren dansen! Ik ben er verdomme te dik voor geworden... •—■ Hij sloeg met nadruk op zijn embonpoint. —• Te gauw achter adem, wat, hè, Viet? Maar in éénennegentig... Waar blijft de tijd? Dertig jaar en zwaar getrouwd. —

Vitringa hield hem zachtzinnig, maar stevig tegen.

.—• Theo, ouwe spons, kom liever mee... We eten nog wat op onze kamer, om nuchter te worden, en drinken tot slot iets, dat ouder is dan onze geboortepapieren, en hartversterkender ook. W^e moeten rustig over vroeger praten.

Mr. Theo bleef ruksgwijs staan en zette de zware handen in de zij.

■—■ Om de bliksem niet! Ben jij soms plotseling degelijk geworden, wat, hè? We willen wat zien ook, het proeven gaat wel door. Ze hebben hier vrouwen, gostamebijkerel —

Sluiten