Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vitringa hield hem tegen. Rudmer rukte een paar maal woest; de Mefisto was op dit ogenblik sterker dan hij. — Van alle zijden drong men op de drie Hollanders aan. Rudmer voelde zich achterwaarts gesleurd; hij zag den luitenant op zich toetreden; het jonge, verbeten gezicht was een oogwenk dreigendwit boven het zijne; dan kwamen er andere uniformen, kortaffe stemmen, afwerende handen. Over de balustrade hingen de muzikanten en langs het houten looppad klikten hollende voeten. Een hete duizeling van haat ging door Rudmer heen. Hij zag het meisje niet meer; vernederd en woest rukte hij nogmaals. Maar Vitringa hield hem onwrikbaar. En de stem van den patroon was sarrend en koud, zoals in de groendagen:

•—< Fout, fout, fout...

Rudmer liet zijn verzet, schijnbaar getemd, maar inwendig razend op den beheersten studiosus, die hem onder de arm meetrok, terwijl anderen den dronken Theo in het hotel loodsten. Rudmer dorst niet meer omzien naar het meisje, dat hij daareven nog zo goed als veroverd had... Grimmig en geslagen volgde hij de druk van Vitringa's vingers om zijn arm. Achter hem deinden de verontwaardigde stemmen na, maar toen het drietal, voorafgegaan door den straffen gérant, het hotel binnenging, zette het orkest al weer een Waldteufel in voor hen, die bleven. •—

Een verbitterde steek in Rudmer's hoogmoed. De luitenant was meester gebleven van het terrein. En de laatste verbitterde steek kwam van den hotelier, die zich verontschuldigde, maar de heren de kamer met ingang van de volgende dag opzegde. •—• Sie verstehen, wir können nicht erlauben dass unsre Offiziere von Zivilisten beleidigt werden •—- und wenn es Auslander sind. —

Mr. Theo Brander lag gekleed en languit op Vitringa's bed, half ontnuchterd, maar onversaagd, en lachte om de kostelijke mop. Vitringa en Rudmer zwegen; Vitringa keek triest en beschuldigend, een blik, die Rudmer beantwoordde met de zwijgende, vergramde discipline van den eerstejaars, waaronder de onverzoenlijkheid dreigde.

Sluiten