Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII

Er bleef een bijtende angel steken in Rudmer's vlees, toen ze in Groningen terug waren gekeerd en bij, vluchtig en luchtig, het verslag van de piertocht met Vitringa aan de nieuwsgierigen deed. En het was deze napijn, die hem ten slotte sneller de binding met Vitringa deed breken, dan zijn eerzuchtig zelfbehoud alleen het zou hebben gedaan. •—

Rudmer was bevreesd geworden voor de critische gesprekken met den ouden patroon. Zij leidden tot niets dan tot zelfverguizing; en wat kwam er, zo betoogde hij tegen zichzelf, van de dienst aan de mensheid terecht, als men zich van de ene twijfel in de andere waagde? In de weken na Pasen meed hij Vitringa, waar hij kon; hij kwam slechts op de kroeg in uren, waarin hij den Mefisto er niet vermoedde en staakte alle bezoeken aan het studeerkot van den mentor. Hij begon zelfs tegen anderen beklag te doen over de wijze, waarop Vitringa hem, zoals hij zei, „naar de monstruositeit der laatste consequentie" had willen lokken, en daarmee van de normale weg. Het gaf hem een boosaardige reden, smalend en hatelijk uit te vallen tegen den ouden vriend, toen bekend werd, dat Vitringa op de kroeg meer dan één brandy had gedronken, omdat ds. Hoekstra te Sappemeer de 1 Mei-optocht van de arbeiders staande op de drempel van zijn huis had gadegeslagen en met geestdrift begroet. —1 Let op, had Rudmer de anderen gewaarschuwd, — dat is het begin van atheïsme 1 —• En hij had, in sombere zinnebeeldigheid, de asbak op de grond omgekeerd. De studenten, die er bij aanwezig waren, lachten en vertelden het feit verder; en Rudmer's naam, die door het reisje met Vitringa niet overal even welwillend meer genoemd werd, herleefde met nieuwe sympathie... een hulde, die Rudmer dubbel en dwars het smadelijk gevoel van schuld en verraad deed vergeten. —

Vóór de grote vacantie nog deed Gijsbert Karei Vitringa, wat velen met afgrijzen vervulde, en Rudmers waanwijze voorspelling een nieuwe stralenkrans gaf: hij liet zich inschrij-

Sluiten