Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het hield een glorie in, die Rudmer, hardnekkig werkend, maar zonder zelfkwelling en manische gewetensvragen, had veroverd. De overwinning was zo strelend en bedwelmendzoet, dat de laatste bekoring van Vitringa's gesprekken en de verwoestende invloed van de lectuur van Volkmar en Strauss erbij verschraalden en bleekten. Onmiddellijk na het historische opstel werkte Rudmer een nieuw denkbeeld uit, dit keer voor zichzelf: men moest inderdaad toegeven, dat er door vele wetenschappelijke theologen in het midden der eeuw een ontzaglijk werk was verricht, dat de kennis van de heilige bijbelboeken alleen maar ten goede gekomen was; maar als alle baanbrekers, zo betoogde Rudmer, hadden de moedige voorvechters

van het modernisme ook iets vernietigd, wat toch onmogelijk het

doel van hun aantasting had kunnen zijn; de mystieke kern van het geloof, de wezenlijkheid, dat de christelijke mens, ook zonder omlijnden of geopenbaarden Christus, de vrije en zedelijke mens was, wiens hoogste ideaal in de practijk van de geloofswaarheid bestond. —• Hij werkte het denkbeeld uit in een lang, wijsgerig artikel; toen hij het overlas zag hij, dat er zelfs nog draden van Vitringa's betoog doorliepen; maar de religieuze elementen overheersten. Hij stuurde het zonder dralen naar het Theologisch Tijdschrift. Een paar maanden lang hoorde hij er niets meer van, tot hij een brief van de redactie kreeg, dat men het stuk op zou nemen, nadat men het „hier en daar" bekort had.

De verschijning van Rudmer's naam in het geleerdenblad — het artikel zelf kwam zeer gehavend en mager te voorschijn • bereidde hem een dolle en feestelijke ontvangst op Mutua. Rudmer gaf rondje op rondje weg en zong, staande op tafel, zijn beroemde aria uit Fra Diavolo, triomfantelijker dan ooit. Maar op zij van het tumult zat Gijsbert Karei Vitringa en applaudisseerde niet. •—1 En toen Vitringa al lang gegaan was, zag Rudmer nog de benig spottende mond van den patroon en het ironisch beklag der kleine scherpe ogen, die zijn aftocht en vlucht in de traditie hadden doorzien. —

Het rad der fortuin 8

Sluiten