Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dam, waar men de doopsgezinde predikanten schoolt. —

Hij zag Vitringa voor zijn eindvertrek nog éénkeer •—■ op straat. Rudmer draalde een paar tellen voor de winkelruit, waar hij stond. Zou hij den ouden mentor kennen, de hand drukken, voor het laatst een paar woorden zeggen? Zijn hart tikte dof en onbesloten; zijn huid prikte. Toen wendde hij zich naar het glas van de winkelruit, alsof de uitgestalde sigaren en pijpen hem bizonder boeiden. Het vaag en kantelig spiegelbeeld van den Mefisto met zwabber en flambard zwenkte achteloos langs de gevels van de overzij. Vitringa was gegaan... Maar in Rudmer leefde nog minutenlang de schaamte, en zijn hele avond was oversomberd door de onverjaagbare bijgedachte, dat hij een verzuim begaan had, dat niet te vergeven was, —• nu niet, en nooit.

Joël, de fotograaf, kiekte hem temidden van zijn studiegenoten op het perron, toen hij Groningen verliet. Rudmer t stond in napoleontische pose tussen de zingende en luide vrienden van drie jaar in, wachtend op de onveranderlijke lijfspreuk van den corpsfotograaf: ■—• 'Et is gebeurd, 'eren. •— Er werd gelachen, twee of drie begonnen het vindicatorenlied te brullen,

Hoe ver uiteengedreven...

de conducteur waarschuwde goedwillig en vermaakt, handen grepen de zijne, stemmen schreeuwden, dat hij uit de buurt van het Rembrandtplein moest blijven, de adem van de dolsten gloeide op zijn gezicht bij onzinnige omarmingen. Hij groette de achterblijvers breed en voornaam vanaf de treeplank; ze waren, trots hun beperktheid en waanwijsheid toch kameraadschappelijke kerels geweest... —• Terwijl hij nog zwaaide en de trein wegschoof, —■ de uitbundigsten holden naast het portier mee, zover het perron het toeliet —• had hij echter al het lege, vragende gevoel, waartoe dit alles gediend had. Men had hem erkend, hij was zelfs gevierd; hij had hun laten zien, waartoe een friese boerenzoon in staat is. Men zou over hem spreken, na deze zomer en winter nog; misschien zouden ze nieuwelingen van hem vertellen... Maar ergens in Groningen liep een lange, schonkige man, die anders dan anderen aan hem

Sluiten