Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feit was. Hij had den man met sluwheid geraden, aan de crediteuren te ontspringen, en voor zijn raad en een paar duizend gulden het gebouw genaast, waarnaar hij zo lang gezocht had. Pas toen hij met de koopacte in zijn zak thuis kwam, vertelde hij het Antje. Ze stond zeer stil onder zijn mededeling, de kleine grijze ogen ondervroegen hem vol bevreemdheid.

—• En... wat moet er gebeuren?

Hij haalde de schouders op, in een seconde van aarzeling, of hij haar zijn voornemen in volle omvang toevertrouwen kon; maar daarna begon hij te praten, terwijl de nieuwsgierigheid haar bleke trekken spande:

•— Ik heb nou lang genoeg met de anderen geboerd, om te weten, hoe het land er voor ligt... Het hek moet maar eens van de dam. —• Zonder het te weten, verwijlde hij met zijn beelden in het oude bedrijf. — Er is een hoop te verdienen Antje... Maar: mond dicht. Ik ga voor mezelf beginnen. Die fabriek van Zijlstra krijg ik in het najaar verbouwd. En een coöperatie heb ik niet te vrezen, want ik ben de enige in de contrijen van de Compagnie... Maar: mond dicht.

—■ Een mélkfabriek dus? zei ze. Het denkbeeld drong langzaam tot haar door.

Hij knikte kort en stond op; het gesprek was afgedaan. Hij liep naar boven; bij de deur keerde hij zich nog eenkeer om:

.— Niemand vertellen, zei ik dus.

Ze knikte sprakeloos van ,,ja". Toen hij in het bedompte bovenkamertje aan de brede lage tafel neerstreek, waar zijn boeken en brieven in stijfgeordende stapels lagen, vernam hij haar de eerste vijf minuten niet. Hij luisterde even. Ze moest nog op haar stoel zitten als daareven. Hij zag haar: houterig recht, de handen overrompeld in de schoot, haar mond een weinig opengezakt... Ze kwam pas langzaam weer in beweging; hij hoorde haar het werk vervolgen; in de keuken rammelden de pannen, een deksel rolde langs de vloer. Zij stond daar natuurlijk weer met omgekeerde, verlegen handen, dacht over zijn woorden na, terwijl ze zich verward langs de boeze-

Het rad der fortuin 9

Sluiten