Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laar streek, en slecht op haar bezigheid lette. Een fronsende ergernis trok eensklaps over zijn voorhoofd, hij dwong een vloek achter de tanden terug, nam snel papier uit de la, en doopte de pen in de inkt, om brieven te gaan beantwoorden.

II

Antje sprak niet meer over „het fabriek" en Juli ging voorbij, terwijl Herre een paar maal met de tram naar Drachten reisde, en vandaar met een vrachtwagen naar de Compagnie, waar hij het leeggehaalde gebouw in ogenschouw nam. Hij vond een kleinen timmermansbaas, die onderdanig naar zijn uiteenzettingen luisterde, terwijl hij den man met de hoed zijdelings opnam, en het een en ander op papier bracht naar de ruwe bestekken van verdeling en herbouw, die Herre aan het Leeuwarder bedrijf had ontleend. De kosten zouden niet hoog zijn. Er bleef ruimschoots geld voor de machine's. Machine's moesten goed zijn, en nieuw, en betrouwbaar; dat was het beste kapitaal.

Als Herre Wiarda terugkwam van die uitreizen naar de venige, povere compagniestreek met de kleine boeren, aan wie hij de fabriek zou brengen, bekroop hem nu en dan toch de angst. Zouden ze bijten? Dit volkje was traag en taai en wantrouwend, ze kwamen in alles zo ver achteraan, keken jarenlang de kat uit de boom. Hij had ze gezien en doorschouwd langs de weg in de avond; ze stonden daar in burengesprek, wat deemoedig en ruw, ze draaiden het hoofd weloverwogen om, als hij, de vreemdeling, passeerde; ze antwoordden maar half en onwillig op zijn joviaal gezwaaide groet. Argwaan en oud verzet, of lange veroveringsstrijd waren niet in de vooruitzichten van de fabriek verrekend. Benauwdheid overmeesterde Herre bijwijlen; zij waren het, die hem moesten leveren 1 Maar als hij weer in de tram zat — het schokken van dat verkeersmiddel was tenminste iets van de nieuwe tijd, en stelde geruster —• herwon hij de zekerheid, dat er met geld alles viel te bereiken, dat het ook de weer-

Sluiten