Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paar maal met de vette hand, alsof ze daarmee de benauwenis van de zomermiddag verdrijven kon.

Herre keek de rook na, en wendde zich naar zijn schoonvader. De kogel moest door de kerk.

—1 Ik hoorde van Antje... jullie wouën praten over 't fabriek ?

De overrompelde boer zette zijn rechterhiel steviger op het dwarslatje van de stoel.

— Tja. Dat zit zo. Antje praatte d'r onlangs over met 'r moeder (hij maakte een hoofdbeweging naar de oude vrouw) •— en nou dacht ik...

Het wijdlopige, zware begin van het gesprek was er. Ze praatten van weerskanten nog enkele minuten in deze onzekere zoekende toonaard door, beide weifelend, om de eerste te zijn. H erre voelde zich als een soldaat in een onbeslist voorpostengevecht — al moe van de schermutseling, voor de veldslag is geleverd, totdat Pierk een woord zei, dat zijn onzekerheid in verbazing om deed slaan.

—• Ja, zie, 't is over Pieter...

Adzer Eisinga knikte, blij, dat zijn vrouw hem voorkwam.

— Ja, over onzen Pieter.

—1 Over Pieter? herhaalde Herre diep verwonderd.

Antje boog zich over het theeblad in een bedrijvigheid en haast, waarvan Herre de onechtheid dadelijk doorzag; en hij vroeg zich af, wat er gecomplotteerd kon zijn.

De oude boer verwisselde de voeten, trok aan de dure sigaar, blies een fraaie wolk van rook omhoog, en tikte met tergende omslachtigheid de as in het koperen bakje neer. In Herre's handpalmen begon de nieuwsgierigheid te jeuken.

—• Maar wat heeft Pieter nou met mijn fabriek te maken? viel hij uit; hij had er genoeg van, om op de overbekende wijze van het breed uitgesponnen, eindeloos boerenoverleg verder te vorsen.

Pierk Eisinga, de door de hitte geplaagde boerin, bette het voorhoofd met de in eau-de-cologne getipte zakdoek, terwijl haar man zich vertrouwelijker naar Herre overboog.

Sluiten