Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de zuivelacte heeft-ie getaald, en boekhouden kent-ie als de beste. Ja Herre, zo gaat 't... D'r kunnen ook niet alléén boeren op de wereld zijn... —-

III

In September •—• een maand later —• bracht de bode weer een brief uit Oostermeer; of Herre kwam praten. Antje en hij reisden er op een middag heen. Adzer Eisinga had besloten, om Pieter in de fabriek te kopen. Na een lang gesprek, waarvan allen gloeiende gezichten kregen, stelden zij de borgstorting op tienduizend gulden; terzelfdertijd nam de vader van Antje voor vijfduizend gulden aandelen in de zuivelfabriek, op naam van zijn zoon. Herre schertste: Daar moeten we op drinken — en toen ze klonken, kleurde Pieter Eisinga zwak bij de uitroep van zijn zwager: — Nou, directeur, daar ga jel — en stamelde onsamenhangend iets van toekomst en wederzijdse tevredenheid...

De dag daarop maakte Herre het bij den notaris in Leeuwarden, die de fabriekszaak behandelde, af, en ging des middags als gewoonlijk naar de veiling op de beurs. Het was een vroege, heldere dag op de grens van zomer en herfst, vol lichte geruchten. De vrouwen in de stad droegen nog witte blouse's, enkelen witte parasols; de mannen liepen in grijsgeruite pakken, en hadden minstens een strohoed of zonnige panama op. De schaduwen tussen de verre huizenblokken hingen doorschijnend blauw, en het beieren van klokken bleef lange tijd natrillen.

Toen Herre omstreeks vieren het beursgebouw uitliep en naar de Klanderij slenterde, aan de overzij van het vaarwater, om zijn dagelijkse borrel te drinken, verheugde hij zich over zichzelf en de zomernamiddag. Hij lei het hoofd in de nek, keek naar de spelende vogels boven de huizen, en floot onder het gaan. Het leven was de moeite waard. Hij ging door de deur van het geelgepleisterd restaurant naar binnen, en langs de biljartzaal naar zijn gewone plaats in de hoek bij het

Sluiten