Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dierlijk zachte wasemen van de onbewustheid, dat hem week en teder stemde — tot hij des avonds bij het naar bed gaan naast de harde slapende vorm van Antje neerstrijkend, opnieuw aan de schuldige indruk terugdacht, die het gedrag van Pieter Eisinga op hem gemaakt had. Hij zag de bladzijden met de verwiste cijfers, de krassen, de bekladde marges; de brief, die op de grond was gevallen — —•

Zijn zwager bleef in gebreke; maar waar, maar hoe?

Het werd Augustus, voor hij ontdekte, dat Pieter Eisinga hem bedroog. —

De avond was laat, er waren zaken geweest met „Hollanders", die de hele middag in beslag hadden genomen. Ze waren samen zwaar en overdadig gaan eten en de klanten waren met de avondtrein teruggekeerd. Herre liep in de eerste stoffigkoele schemer door de stad, omdat zijn trein pas later vertrok, en genoot de zachte beneveling van de avond en de wijn, toen hij in een verlicht café opkeek en Pieter gewaar werd.

Hij geloofde zichzelf bij de eerste oogopslag niet. Maar hij had niet aan zijn zwager of aan de fabriek lopen denken. Zijn verbeelding en de port konden hem daarom geen parten spelen bij het herkennen van de lange, onvaste gestalte. Het was Pieter; de jongen zat, in een Zondagsblauw pak, met een scherpe, onbekende trek om mond en ogen naast een blond zwaar vrouwspersoon, wier gezicht in de schaduw school van een machtige hoed, waaruit de knop van een hoedespeld met fijn goud glinsterde. De lange trage hand van Pieter lag op het dijbeen van de vrouw.

Pieter in Leeuwarden... 1 Herre bemerkte eensklaps, dat hij dwaas en onbeholpen en al te lang naar zijn zwager stond te staren. Een plotselinge woedende ontnuchtering greep hem —■ ontnuchtering, verhaast door fel, oud vermoeden, dat onverhoeds begrijpen werd. Pieter in Leeuwarden, met een of ander stomverwaten wijf, dat •— ■— Herre liep door twee, drie straten, keerde weer terug, keek opnieuw. •—• Pieter zat

Sluiten