Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX

Twee weken lang deed Herre vrijwel niet anders dan de draden van Pieter's bedrog vervolgen, tot hij het gehele web zag, waarin zijn zwager zichzelf had vastgesponnen.

Herre schreef een spoedvergadering uit onder de boeren van de Compagnie in de bovenzaal van het grote café aan de vaart. Ze kwamen van heinde en ver. In dichte, donkere drommen stommelden ze de trap op, en omringden het tafeltje, waaraan Herre was gaan zitten. Hij wachtte, tot er niemand meer binnen kwam, en liet hen toen vertellen. Ze waren leep en traag; ze hadden graag vooraf willen weten, wat zijn bedoelingen waren, en lieten zich niet uit hun voorzichtig zwijgen lokken. Pas toen hij zei, dat hij moest weten, wat de beheerder voor kwaad had aangericht, barstte er een uit •— en de anderen volgden. Hij moedigde ze aan, en speelde de openste kaart met hen — een van de weinige malen in zijn koopmansleven. En hij kreeg de tongen los.

Het was laat in de nacht, toen hij alles wist. Op de straat beneden schoolden nieuwsgierigen samen. Het ging om ,,het fabriek". De dorpsveldwachter slenterde gewichtig op en neer, alsof er ieder ogenblik iets kon voorvallen. Maar er gebeurde niets —• niets, dat zichtbaar werd althans. Voor Herre was er al te veel gebeurd.

Alleen de boeren uit de naaste omtrek hadden hun geld geregeld ontvangen. Anderen waren half betaald; ze toonden Herre kleine vodderige briefjes met zwarte vouwrandjes, die uit het diepst van de beurzen en zakboekjes werden opgediept, en waarin Pieter hun spoedige afrekening beloofde. Nog anderen, die ver weg woonden, en van wie de beheerder vermoeden kon, dat zij door de afstand tussen zich en de fabriek afgeschrikt toch niet zelf zouden komen klagen, waren in weken niet betaald, zelfs met beloften niet.

Maar weinigen van de boeren bleken op het denkbeeld te zijn gekomen om aan Herre zelf te schrijven; de meesten wisten nauwelijks, dat hij bestond, en hadden in den beheerder de

Sluiten