Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duurt mij al te lang. Herre weet toch: ik sta borg voor de schade •—• —

Hij slikte, en huilde eensklaps, terwijl hij rechtop bleef staan en kleine tranen in zijn bakkebaarden wegliepen. Hij keek met zijn vertroebelde ogen over Herre en Pieter heen. En een plotselinge doffe schaamte brandde onder Herre's wangen. Hij wendde het hoofd af, en staarde naar de zomertuin; achter het lichte raam stonden twee of drie felle strobloemen goudig en oranje onder de Septemberzon. De oude was hem vóór geweest: de borgtocht. Die borgtocht was geen ogenblik uit Herre's gedachten geweest; maar hij had zijn recht op dat verzoenende geld willen afdwingen en versterken en aantonen met vernietigende argumenten tegen Pieter. Nu sneed Adzer Eisinga alles af. Het was beschamend, maar ook goed. Het bespaarde de moeheid van een lange woedende opwinding, en de pijnlijke minuut, waarin geld op tafel moest worden geëist. Dat geld... het was immers het enige doel van Herre's komst en deze neerslachtige zitting. Het geld maakte het verlies goed — hij, Herre, sprong tenminste nu nog makkelijk met een duizend of wat uit deze smerige affaire...

Het was het roemloos, voor hem niet ongunstig einde van de fabriek aan de Compagnie.

In het najaar, toen de koeien weer op stal gingen, zette Herre Wiarda de ,,Frigga" stil. De meeste veenboeren gingen over naar de coöperatie op de Fries-Groningse grens: Herre had zich er niet in verrekend. Hij verkocht de inventaris en het gebouw aan iemand, die werk maakte van failliete boedels. Hij was niet minder geworden van het hele geval — integendeel. Maar tussen hem en zijn schoonouders lagen sindsdien de geopenbaarde zonden van Pieter Eisinga als stroomversnellingen in een kalme rivier, die de toenadering van wederzijden voor eens en altijd onmogelijk maakten. En het grote industrieplan... hij schoof het zuchtend van zich af. Het was voorlopig mislukt. Later misschien. Veel later. Hij was moe van iedere nieuwe onderneming. Hij wilde kopen en verkopen,

Sluiten