Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruggen en instrumenten goede nacht moest gaan kussen; hij had zo'n strakke gele huid, waarop het dichte haar van de baard kroesde als een zonderlinge, donkere kleine tuin, waarvoor ze steeds een tel terughuiverde.

Vaders kamer was beneden vóór; en daarachter lag het brede, diepe trappenhuis, waar je gauw je manteltje en je goed op de machtig eiken kist gooide. Dat trappenhuis was het oudste en zonderlingste in de hele stadswoning, en de kinderen hadden het de eerste keer betreden met een schaduwige bevreemding, waarvan Ruth nog altijd een beetje nabeefde, vooral op donkere dagen. Dan was het grauwer dan ooit, en onder het oude gewelf legerden kleine wolken van duisternis. In het midden had je de trap, waarvan de onderste treden van steen waren; aan de ene kant ervan was de met ijzer beslagen deur naar de kelder, waarheen Ruth nooit dorst kijken, uit angst, dat hij open zou staan; ze ging dan ook altijd snel door naar de keuken, langs de andere wand met blauwe tegeltjes. Daar stonden bijbelse tafrelen op, uit de verhalen, die zij bij ds. Jeronimo de Vries op catechisatie hoorden. Als ze toevallig tegelijk in het trappenhuis waren, ondervroeg Egmont, die ook dominé moest worden, haar meestal streng en kortaf, terwijl hij met zijn gepunte laars naar de lage steentjes wees:

—- Wat is dat ?

— Abrahams offer...

.—• Goed. En die daar?

•—• David speelt voor Saul.

•— En dit?

■— De dochter van Jefta... geloof ik.

.— Mis; de profetes Mirjam.

— Nou ja... dat is toch zowat hetzelfde?

Dan draaide Egmont zich half om op zijn hoge ranke jongensbenen, en keek haar over de schouder minachtend aan, terwijl hij wegschreed, elf jaar oud:

-— Bal Meisjel

„Meisje" betekende domkop. Ruth huiverde bij zijn ver-

Sluiten