Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achting, en het kwetsende woord riep, vooral op die donkere dagen, als ze plotseling alleen in het dreigend trappenhuis kwam te staan, tranen van vrees en schande bij haar op. En ze vluchtte snel naar de fonkelende, stomende, smetloze keuken, waar ze koffie mocht malen en koper poetsen voor Sieboldje, die ook doopsgezind was; anders had ze nooit keukenmeisje kunnen worden bij mevrouw d'Aby... De kinderen moesten tot half vijf wachten, voor ze in de huiskamer mochten, om thee te drinken; en als Egmont boven was, Carla op haar kamer zat te lezen, zat Ruth het liefst in de keuken, omdat je daar hardop praten kon, als je toch niet bij het gekleurde raam mocht zitten en je weg laten zakken in een wolk van verbeeldingen. •—

Het trappenhuis had nog meer dan de kelderdeur en de kist en de blauwe tegels; op een van de bovenrichels onder het gewelf stond op een hardstenen voetstukje het beeld van een man met een lang kleed om zich heen en een wonderlijk gezicht zonder ogen. Vader en oom Lex stonden er soms naar te kijken. Ze schenen er altijd onenigheid om te hebben. Ruth had hen horen spreken van primitieven en Duitse en Antwerpse school, en iets als de naam van een vogel kwam er bij ■—• later begreep ze, dat 't die van Quinten Matsijs was geweest — en ze vond het grappig te luisteren, omdat vader, als hij ernstig werd, steeds ,,Alexander" tegen oom zei, en oom Lex ten slotte altijd gehoorzaam en een beetje lachend ja en amen knikte, en dat was niets voor hem. Als er niemand in het trappenhuis was dan Ruth en het beeld, en het was niet al te donker, dan dwong ze zich, naar die rare ogen te kijken, tot ze zwart en bang werd van binnen; ze probeerde, om met die angst toch heel lang te blijven staren; maar eindelijk kon ze niet meer, en gilde ze heel hard en rende ze woest de opgeschrokken Sieboldje in de armen.

In Haarlem was het veel drukker dan in Bloemendaal; je vergat er de lichte zee—bevleugelde wind en het bos bijna, maar ze vond de donkere straten heerlijk en de paardetram en de grachten, waar de kastanjes hard ruisten in de herfst.

Sluiten