Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stilte hing er neerslachtig en drukkend, en ze werd beangst, maar ze dorst niet meer weggaan, en kroop ten slotte bevend bij de onbekende dreiging onder de kussens van de sofa.

Tante Flora vond haar in het schemerdonker, de tranen op de wangen verkild, klappertandend en ziek. Ze wiegde haar in de armen en zei geen woord, en Ruth schaamde zich met wellust om de dierlijke veiligheid, waarmee ze tegen tante Flora opkroop en de menselijke warmte van de omhelzing in haar uitgeput klein lichaam voelde stromen. —-

IV

Het leven werd kleurloos en leeg en Ruth's eenzaamheid nam toe. Carla was afzijdiger dan ooit en las maar, sinds ze niet spelen mocht; mama sloot zich hele dagen in haar kamer met het dikke tapijt en de ingelegde meubels op en versnipperde er stapels brieven tot fijne confetti. Sieboldjes neuriën was onderdrukt en verstomde af en toe beschaamd. De onbekende heilige stond roerloos en blind voor zich uit te staren; vaders kamer was voorgoed op slot. Alles was zo triest, dat Ruth er nu naar gesnakt zou hebben, dat Egmont haar weer dwong tot bijbelse lessen bij de blauwe tegels van het trappenhuis; maar Egmont jachtte elke dag zijn huiswerk af en ging de straat op.

Pas in de winter was de rouwtijd om, en Carla mocht voor het eerst mee naar de kleine comedie in de St. Jansstraat; ze kreeg een prachtige japon van geschoren fluweel met uitgespaarde bloemen in dofrood. Er rilde iets zaligkouds over Ruth's rug, toen ze bij het uitpakken stond, en het modische wonder uit het zachte vloeipapier kwam. Carla was zo mooi, en alle mooie dingen kwamen het eerst bij haar.

Ruth voelde zich klein en grauw en lelijk naast de grote, welgeschapen zuster. Nog dikwijls kroop ze onder het raam met het gekleurde glas, maar zelfs de huiverige verbeeldingen waren niet sterk genoeg meer, om haar het beeld te doen haten, dat ze des avonds en des morgens bij het kleden in het nuchterkoude glas van de spiegel zag — een kind in de schonkige,

Sluiten