Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besef, dat men haar thuis geregeld voorloog, vulde haar met een verontwaardigd verlangen naar een gerechtigheid, die, ze wist niet hoe, toch ergens en eens moest blijken. •—• En als ze op straat arbeiders tegenkwam en de kinderen van de steeg en het hofje in de modder en steentjes zag spelen, dan betrapte ze zich er op, dat ze die mensen met nieuwe, nieuwsgierige blikken opnam, al bleef ze altijd een aarzelende angst behouden voor de opgeschoten jongens in fladderjassen en haveloze broeken, die van de fabrieken gingen en kwamen. —

In het voorjaar van '94, toen ze na schooltijd weer bij tante Flora was, kwam oom Lex binnen met een brief, die hij van een vriend uit Den Haag had ontvangen. Hij was ontdaan, de bovenlip met de blonde kleine knevel trilde, en hij streek de hand zonder ophouden door het hooggekamde haar. Hij vertelde, dat er iets vreselijks was gebeurd. Er zou een haagse socialist begraven worden en de politie had de stoet op weg naar het kerkhof overvallen, omdat iemand bij het passeren van de staatsie over het Westeinde een rode vlag uit het dakraam stak; daarop was er een kloppartij ontstaan, waarbij de lijkkoets onderstboven was gerold, zodat de kist met den doden arbeider op straat neersmakte. ■—

Ruth voelde haar eigen kin beven, het bloed trok uit haar gezicht.

Ze kon het niet geloven. — De politie is er toch, om de mensen te beschermen, oom, zei ze. Oom Lex keek haar aan, zijn mond was neergetrokken, in zijn diep liggende ogen somberde een schril grijs licht. •—• Dit moet je onthouden, kind, •—• zei hij, zo tergend nadrukkelijk, dat ze de wanhopige spanning zag, waarmee hij tegen de woede vocht, ■—1 de politie beschermt de mensen, jawèl, maar zolang arbeiders hier geen mensen zijn... —1

Hij liep de kamer uit, onder een zware, grommende vloek, en tante Flora liep hem haastig na, zodat Ruth alleen bleef in het vertrek, waar de zon eensklaps vaal en vals naar binnen scheen, en de hoge tik van de klok met iets akeligs leek te dreigen. Ze hoorde oom en tante boven praten, en sloop

Sluiten