Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwijls opzettelijk zwijgen, als mama of Carla nog eens met scandaleus zelfbeklag over de „koopvrouw in de familie" spraken.

Eén ding was er, waarin ze trouw bleef aan haar voornemen, om tegen de gestelde regelen in te druisen: ze begon weer slordig te worden op haar uiterlijk, alsof het er niet op aan kwam, wat je droeg en hoe je er uitzag. In haar hart vond ze 't niet eens prettig; maar ze bleef koppig aan haar uiterlijke rebellie vasthouden, omdat ze wist, dat ze nooit zou willen zijn als Carla; ze liep in hobbezakkerige jurken, het haar ordeloos opgestoken, met grove kousen en schoenen, waaraan knoopjes ontbraken. —• Carla was mooier en modieuzer dan ooit; ze werd twee-en-twintig en iedereen was het er over eens, dat het oudste meisje d'Aby een beeldige verschijning was. Ruth zelf erkende het; maar zij... o, zij gaf om al die dingen niet] Met vergrimde balorigheid negeerde ze de weelderige winkels, de modeplaten thuis en de verdrietige gezegdes van mama. Het leek, of ze alleen maar aandacht had voor wiskunde en Frans en statica en de boeken van Helene Mercier en de brochures over vrouwen- en kinderarbeid, die tante Flora haar gaf, en waarvan ze de marges vol schreef met onderstreepte opmerkingen: „Schandelijk!" •—• „Is dat nu christelijk?" en dergelijke meer. —•

In de dagen, toen Ruth's eindexamen begon, verloofde Carla zich met een officier van de grenadiers en jagers. Toen Ruth den jongen man voor het eerst zag in zijn groene, goudgetreste uniform en glimmende laarzen, een donker gezicht boven een wat zwaarlijvige gestalte, was ze een tel lang ademloos van pijnlijke verrastheid. Maar ze herstelde zich tegelijkertijd en drukte vluchtig de hand, die hij haar toestak, hoorde Carla's triomfantelijke stem „Ernest van Everdingen, mijn zusje Ruth" •—• en ging snel met een scheikundeboek in een hoekje zitten. Ze voelde Carla's blik in haar zijde steken; mama's voorhoofd moest vaag, maar bestraffend gefronst zijn. Ze had de kracht, een half uur lang in haar onnatuurlijk afzijdige houding te volharden, en de onverschillige voor te

Sluiten