Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit die van Rudmer terug. In Rudmer's bloed trilde bun beider ontroering na. Hij slenterde op weg naar het station in diepe gedachten naast Egmont, die nog steeds lachte.

•—• Ik wist niet, professor, dat je zó knap was; je hebt het kleine ding volmaakt betoverd. Lieve verstrooiing zo, hè, voor den man van wetenschap?

Rudmer sloeg met zijn wandelstok ijzelsplinters van het trottoir en zweeg.

Egmont streek de gehandschoende hand langs de knevel.

—• Ja... en dan te bedenken, dat ze nog voor een paar jaren zwaar onder de invloed was van een feministische tante en haar man — —. Hij zweeg onverhoeds, als had hij iets pijnlijks geraakt. — Sturm und Drang, natuurlijk. Maar ze is veranderd, gelukkig; een echt, normaal meisje.

Rudmer haalde diep adem in de scherpende, zuivere kou.

— Ik heb nog nooit zó'n meisje gezien...! barstte hij vol vurige overtuiging uit. Egmont keek hem even onderzoekend aan en haalde lichtelijk de schouders op.

• - Nu ja, mon vieux, alle meisjes op die leeftijd zijn immers engelen, als ze er een beetje aardig uitzien. Ruth is nog zo allemachtig jong, weet je. Heeft nog niet veel van het leven gezien. Daarvan veranderen vrouwen — soms, voegde hij er levenswijs aan toe.

Rudmer antwoordde weer niet. Het was, alsof Egmont zich tussen hem en Ruth had geschoven. Had hij er een bedoeling mee —•? Misgunde hij den boerenzoon een dochter van het geslacht d Aby ? Hij had wel niets uitgesproken, en toch —•

Pas in de trein geraakten ze weer in een gesprek, alsof er geen Ruth op de wereld was.

Rudmer was voorzichtig tegen Egmont in de daarop volgende weken.

Hij vertelde Egmont niet, dat hij Ruth brieven schreef, en dat hij ook een kort, terughoudend briefje van haar had gekregen, onder de woorden waarvan de herinneringen beefden.

Hij stuurde haar gedichten, die hij laat in de nacht maakte,

Het rad der fortuin 14

Sluiten