Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeiden, wat duizenden vóór hen gezegd en geloofd hadden, en wat duizenden na hen zouden herhalen; zij waren de enige wezens op aarde, die lééfden, dicht aaneen, in de gedeelde vervoering, dat alles fonkelend nieuw was en de wereld een herschapen Eden, waarin zij gelukkiger waren dan het eerste mensenpaar.

Er was een bleke, gedwongen berusting op het gezicht van mevrouw d'Aby toen Ruth haar vertelde, dat ze zich met Rudmer Wiarda verloofd had; en Egmont was spijtig onder schertsende gelukwensen. •—•

Maar toestemming tot een openlijke verloving kregen ze niet, voordat Rudmer predikant zou zijn.

Ruth mokte zachtjes, maar Rudmer overreedde haar tot geduld.

—• Vóór ik een standplaats heb, kan ik je toch niet trouwen, zei hij; — en wat maakt het uit, of de mensen het weten?

Ruth nestelde het hoofd aan zijn wang:

■—• Voor jou niet... Jouw eerzucht gaat naar andere dingen. Maar een onnozel klein meisje als ik, dat zo ontzettend trots is op haar bruidegom...

Hij begreep, dat ze aan haar vriendinnen dacht.

Hij kwam elke Zondag in Haarlem. Na een half jaar scheen mevrouw d'Aby vermurwd. Ze had gezien, dat het den kinderen werkelijk ernst was; goed, dan was een verloving voor de wereld wellicht het raadzaamste.

Ze vierden het feestje in Haarlem, in kleine kring. Egmont was er bij en oom Julien en Carla met Van Everdingen. Ruth zag met genoegdoening, dat Ernest lelijk corpulent begon te worden, en dat Carla den slanken welgemaakten Rudmer zijdelings opnam met een snelle nieuwsgierigheid, die alleen maar strelend voor haar eigenwaarde was.

Rudmer schreef zijn ouders, toen het feest achter de rug was, dat hij een gezellin voor het leven had gevonden. Het meisje was van deftigen hollandsen huize, maar de goedheid zelf; tot overmaat voegde hij er aan toe ,,niets geen trots",

Sluiten