Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rest van de middag echter bleef Antje, in haar dorpse kleurloosheid, bedremmeld en zonder woorden, en Rudmer zat met een klamme warmte onder zijn boord, omdat hij de fronsende ergernis op Herre's breed gezicht zag dreigen. Herre was spraakzaam, en bekeek Ruth zoals een paardenkenner een fraaie harddraver monstert; Ruth zat zwijgend en lichtrood onder zijn onbewimpelde blik, en Rudmer ademde vrijer, toen zijn broer en de houterig-stuurse schoonzuster na de middagthee verdwenen. ■—•

Hij en Ruth keerden diezelfde avond ook naar Amsterdam terug. Ditkeer kuste Ruth het in oorijzergoud gelijste gezicht van Reinou Herres niet; het was, of zij de boerenvrees voor de andersoortige zede reeds had begrepen.

Rudmer zag zijn moeder, met een half-deemoedig lachje Ruth's hand bij het afscheid drukken, en het deed hem pijn, deze onderworpenheid, waarin ze zich voor haarzelf en Tjalling leek te verontschuldigen.

Tjalling zelf reed hen nu naar het station; hij wachtte, terwijl Rudmer zijn verloofde in de wagen hees, groot en mager gerekt in de lange jas; de stijve hoed zat vreemd op zijn weerbarstig grauwe haren. Toen zijn zoon en de stadsdame in waren gestapt, steeg ook hij op de bok en zette de merrie tongklakkend aan. Ekke Wiarda, de neef, had het grote hek voor het span geopend; hij grinnikte schroomvol, toen Ruth bij het afzwenken van het erf uit het ovale achterruitje tegen hem wuifde, en knikte het paar onbeholpen na. —

Het werd een rustig jaar, dat Rudmer nog aan het seminarie sleet. Hij gaf cathechisatie aan de weeskinderen, liep een paar maal schetscollege en hield preken voor de leraren en medestudenten, die algemeen bewonderd werden, alhoewel, naar de nestor der docenten opmerkte, er nog te weinig ,,adem van het leven" in was; maar dat was nu eenmaal het algemene euvel van jeugdige predikanten; hij weidde enige tijd over het ,,non scholae, sed vitae", en prees Rudmer's stem en voordracht.

Sluiten