Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruid •— en ergens na deze huwelijksreis wachtte een zomers dorp met een kleine kerk en stille boeren en een pastorie in een tuin vol grondige geuren en verwilderde bloemen, waar hun idylle beginnen zou.

XI

Dr. Rudmer Wiarda ziet uit de werkkamer naar buiten; achter hem is de zachte zeegroene schaduw van een oud huis vol verzonken levensgeheimen, een kalme schaduw, groen van het groen der gordijnen en meubel overtrekken; maar vlak voor zijn schrijftafel leeft het zonnevierkant, dat achter de open tuindeuren machtig opslaat over de zwellende bloemperken, over de dunne boomwal, die pastorie en aangrenzend akkerland scheidt, tot het samenvlamt met de blikkerende Septemberhemel. Zijn hand ligt op het papier voor de preek; er staan drie regels op; alle drie doorgekrast. Hij luistert naar de wiedsters, die zingend op hetvlasland kruipen; ze zijngrauwgekleed, en dragrn wonderlijke oudevrouwtjeskappen met zwarte wollen balletjes eraan; de schoot van hun oudmodisch-lange jakken wappert in de wind, alsof ze vleugels droegen op de gekromde rug. Rudmer herinnert zich zijn jeugd aan de Zomerweg, waar de vrouwtjes van de arme zandstreek ook zo tussen de greppels kropen, als ze het onkruid uitrukten — en zelfs het gezang is hem niet vreemd:

Hoort, vrienden, hoort mijn lied,

hetgeen u zal verklaren al wat er ió geschied voor meer dan duizend jaren,

toen ' t oud en 't rijk Stavoren nog bloeide op Frieólandó grond en van zijn macht deed horen de hele wereld rond —•

Sluiten