Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tuin hoort Rudmer Wiarda de zachte rasp van Aebe's houten hark, die de geur oprakelt van pas gemaaid gras; ze komt in doordringend verse vlagen de studeerkamer binnen. Rudmer sluit de ogen en ademt diep; met de geur van de zomer is er geur van de nacht; op zijn borst is de bloedklop van een beminde hand. — Hij staat op en loopt naar buiten, door de tuin, die schel is van de vele bloemen; de witte heemst, die tegen de vaalgeregende muren klimt, blijft met haar ranken aan zijn arm hangen; achter het keukenvenster, waartegen wilde oostindische kers klimt en slingert, is de lichte schim: Ruth. •—• Hij gaat haastig naar binnen; goddank, Froukje is is er nu eens niet. •—• —

Daarna zit hij weer in de koele groene kamer, op de grens van de schaduw en het maatloos licht. Het dorp heeft weinig geruchten. Af en toe een lichte metalen slag — ergens aan de murmerwoudster kant sikkelt men tarwe. Een wagen kraakt piepend •—1 die loopt door een zandspoor —1; een wolk ijl geel stof veegt door de blaren: de vrachtrijder komt uit Dokkum terug. Met lange tussenpozen de slag van de toren, die boven zijn hoofd lijkt te galmen, langzaam brons, geluid, dat vuur wordt in de helle atmosfeer. Jongensgeschreeuw, brutaal en belachelijk en benijdenswaardig; het is er soms plotseling weer, aan alle kanten, op de erven, langs de sloten, bij het bouwland. ■—• Het dorp. —■

Hij kent de mensen, alle. De Mennisten en niet-Mennisten, die hij groeten moet; de orthodoxie is hier niet zwaar en vijandig. Hij kent ze, hij denkt aan zijn eerste preek terug, toen de dominee van zijn jeugdjaren hem bevestigde, de verouderde man met de lege plooien in zijn hals en de kale, donkere schedel; — Rudmer had de preekstoel beklommen, bleek en slank, hen overzien, het kleine verband der getrouwen. Ze luisterden naar hem, plechtstatig en aandachtig; en hij kwam zich eensklaps onervaren, jong en aanmatigend voor tegenover de gehardheid en ernst van die gezichten. Tussen de donkere mannen zat ook Tjalling, bij de vrouwen Reinou; hun wagen stond niet bij de andere op het smalle lange kerk-

Sluiten