Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plein, maar glorieus binnen het hek der pastorie. En naast Reinou had Ruth gezeten — het beeld van het witte, gewelfde kerkruim stond scherp in zijn memorie; de zon, die tussen de gesloten gordijnen doorschoot, wierp sidderend en ordeloos lichtgefonkel door de evenwichtige helderheid van het kleine kerkschip, over deze gemeente, die zijn eerste was •—■ over zijn ouders en Ruth. Zijn vader en moeder waren als de anderen, eenvormig en stemmig, Ruth opvallend zonnig in haar hoge kanten jurk. Zonnespel op haar handen; hij moest zijn ogen onder het spreken steeds weer naar die lichtovervlinderde levende plek terugwenden. Er was voldoening en trots op Tjallings gekorven gezicht, en Reinou's mondhoek beefde snel en aangedaan, telkens als hij haar had aangekeken met een dankbare warmte, alsof zij hem eensklaps zoveel nader kwam, daar naast Ruth.

Hij had niet gedacht, dat het hemzelf zo zou aangrijpen, de eerste keer, dat hij tot een gehoor sprak, dat hem daartoe had geroepen. Hij zag de ogen zonder achterdocht, die hem opnamen; hij las er een stille trots in, dat de zoon van Tjalling Wychmans van de bergumer Zomerweg, een man uit hun midden — de meeste boeren van deze mennistengemeenten kenden elkaar ■—- hun voorganger en leraar was geworden. Hij hield reeds van deze nog-vreemden, met al de voorkennis van hun boerenbestaan.

En hij was van hen blijven houden om het vertrouwen, dat ze in hem stelden. Hij sprak hun taal, hun gedachten waren hem zo eigen als hun arbeidzaamheid en woordkarigheid. Hij wist van hun angst, als zij bij het huisbezoek hoofdschuddend over de droge zomer klaagden en zich de schedel krabden. Hij fronste in oprechte mede-zorg het gezicht, als ergens een zoon, in het drukst van de tijd, zijn dienstplicht vervullen moest. Ja, hij maakte nog deel uit van deze familie; hij was verder geschreden op de wegen van het leven dan zij, had meer gezien .— maar hij hoorde onverbrekelijk bij hen. En Ruth, de vreemde, de Hollandse, betrokken zij daardoor mee in hun vertrouwen; zij groetten haar zonder het koud ontzag, waarmee

Het rad der fortuin 1 5

Sluiten