Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oksel, en overal waar zij was, was hij, tegen haar en in haar, en zij hield hem behoedzaam en week gevleid in het bed van haar lichaam, opdat hij kon doorslapen, zolang hij wilde, en haar arm steunde zijn hoofd; —■ ,,tot één vlees".

Ze had toen al geweten, wat hij nu ook wist. Het kind. Zij, Ruth Wiarda, zou een kind hebben; het was daar, een deel van hem en haar, dat plotseling als een levend ding in haar bestaan was begonnen — een stemmetje onder uit een diepe warme schacht, waarover ze nu luisterend en aandachtig gebogen stond. Dat is het, wat een meisje alleen maar flauw vermoeden kan, maar wat een vrouw met alle zintuigen wéét. — En toch staat Ruth hier voor de klerenkast, er zijn nieuwe japonnen, die ze bekijkt, en het lijkt een dwaze, weer meisjesachtige trek, deze onverwachte ijdelheid. Maar die trek is haar nu te sterk: het verlangen, om te weten, hóé en hoe dikwijls ze zich nog modisch zal kunnen kleden, voor het kind haar gestalte verandert, voor het groeit, en haar, of ze wil of niet, mee doet groeien, zodat straks iedereen weet: de vrouw van den dominee is in blijde omstandigheden.

Rudmer heeft er even om gelachen, toen ze hem vertelde, dat ze haar garderobe na moest kijken. Maar haar was het ernst; een ernst, die nu zelfs sterker is dan alle trotse gedachten aan het moederschap; de ernst om de aanstaande inbreuk op h^qr schoonheid, die hij toch zozeer bewondert, en waarvan ze zelf, sinds haar huwelijk, het geluk zo diep verstaat. Ze telt in gedachten de maanden, die haar nog scheiden van de geboorte •— tot na Nieuwjaar zal geen mens het weten; en heel de winter zal ze de jonge vrouw zijn met de wiegende hoge gang en de ranke rechte heupen. Ruth d'Aby, Ruth Wiarda. En dan...

.— Ik móét voor de winter nog wat jurken kopen, zegt ze eensklaps hardop; en Froukje, die al niet begrijpt, waarvoor haar mevrouw alle japonnen uithangt en bekijkt, schiet in een verwonderde, beschroomde lach:

— ^Wil mevrouw dan nog meer...?

Ruth kijkt het sproetige, brede boerenkind aan, de onge-

Sluiten