Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch eerst met 't kerkeraadsbestuur over de aanleg moest spreken: de pastorie was ten slotte eigendom der kerkgemeente!

Op de eerstvolgende vergadering keek de broeder-boekhouder zonderling verlegen, toen Rudmer met zijn verzoek kwam, en de anderen kuchten sprakeloos en hum-humden ook verder, zonder dat ze wisten, wat het nu eigenlijk was met die badkamer voor den dominee. Het was een ongehoorde nieuwigheid, waarvan ze hoogstens eens vernomen hadden, en waarvan ze zich het nut en voordeel niet voor konden stellen. Maar een dominee is nu eenkeer een bizonder mens, en de dominees-mevrouw was uit Holland... dat legt verplichtingen op. Toen Rudmer eindelijk voorstelde, de kosten zelf te willen betalen, werden ze breedsprakig en verontwaardigd en verklaarden, dat de kerkgemeente natuurlijk alle veranderingen en verbouwingen aan de haar toebehorende huizen zelf bekostigde, en dat dominee zijn bad zou hebben. —•

Ruth had het kerkeraadsbesluit met kalme lijdzaamheid afgewacht; nu ze haar wens bekroond zag, leek het wel, of het niet meer dan een gril was, waarbij alleen het zwichten der tegenpartij van belang was geweest. Rudmer kon, toen de timmerman de muur begon te breken en de koperslager met belangstelling naar het werk van zijn stadscollega's keek, geen teken van instemming of voldoening bij haar ontdekken; alsof er een ijzig waas van onbewogendheid over haar gevoel was getrokken. En voor de tweede keer sinds hun huwelijk beangstigde haar stemming hem. —-

Iedereen wist in het dorp, dat de dominee een badkamer in de pastorie kreeg. Oude mensen vroegen elkaar, wat dat voor een kamer was, en sloegen de handen ongelovig ineen, als het hun uit werd gelegd. In de boerenbond en de zangvereniging was het een aanleiding tot half eerbiedige, half boosaardige spot over de invallen van het „grote volk", die voor den gemiddelden sterveling raadselachtig plegen te blijven. De pastorietuin frank inlopen en bij het vorderend

Sluiten