Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Gelukgewenst met je dochter, dominee. Dat 't de laatste niet wezen mag.

XV

Er werd op de tenen door het huis gelopen. Als er een leverant in het hek verscheen — Froukje wachtte ze met verspiedersogen op — schoot ze naar de deur en maande ze hen met een verwoed ,,sst", om zachtjes over de kiezelstenen te lopen. De bakker bracht een boerse taart met veel suikeren krullen van de vragenleerders, Melle kwam met brieven en pakjes uit Holland; Carla en Ernest stuurden een geboortelepel, Egmont een zilveren rammelaar. Van Tjalling en Reinou was er een brief met geld —■ ,,jullie weten beter dan wij, wat zo'n kleine nodig heeft"; — en Herre Wiarda schreef een korte gelukwens, waarbij Rudmer hoofdschuddend om het postscriptum moest glimlachen: ,,Ik denk nog net zo over de finantiën, als toen je student werd. Eén kik is voldoende."

Ruth en hij keken elkaar geroerd aan bij alle geschenken.

Het kleine wezen met het wonderlijk gezichtje en de fijne handjes, die zich al sloten om de toegestoken vinger van een volwassene —• was er iets lompers dan een grote mensenhand? — heette naar de moeder. Ruth-zelf had haar Reinou Cato willen noemen, maar Rudmer was zo trots op zijn dochter, dat hij bijna verontwaardigd uitviel:

Geen van de grootmoeders is waardig, om haar naam aan jouw kind te geven. Ruth moet ze heten —- net als jij. Een Reinou Cato kunnen we altijd nog hebben.

Ruth's hoofd neeg zijwaarts in moe en teder protest tegen het vooruitzicht.

Het werd een familiefeest, toe te zien, hoe het beschroomde verpleegstertje de kleine Ruth waste, aan moeders borst lei, woog, in de wieg vleide, weer opnieuw aan de moeder reikte. Rudmer begreep niet, waarom hij tot aan deze tijd toe kleine kinderen de onbelangwekkendste wezens op aarde had ge-

Sluiten