Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in breed rippelend zilvervuur voor de boeg van schouwen en tjotters brak. En met het scherpend heimwee groeide in hem de vijandschap jegens allen en alles, die hem dit hadden ontnomen.

Onder in zijn kist zamelde zich het loon, dat hij er iedere Zaterdag ingooide, en waar hij niet meer naar omkeek. Twee gulden per week •—■ waar moest hij het aan uitgeven? Hij rooktenog niet,kocht nooit iets. Aan zijnmoeder dacht hij zelden; hij schoof het beeld van de ranke listige vrouw met haastige verlegenheid uit zijn brein, als het opdook. Maar vaak hield hij het horloge van Jarig in de hand. Het was een zilveren raap, dik in de kast, met geel glas. Het tikte diep en bedachtzaam in zijn handpalm, en elke keer, als hij er naar keek, was er het beeld, dat hij verlangender en hopelozer opriep: zijn vader, eenzelvig grijzend, het hoofd tussen de schouders, die des avonds dit horloge opwond en aan een spijker naast het bed hing. Het tikken werd galmen, een doodsklok; een graf, waarover de dunne sneeuw wegwoei. — Vertwijfeld borg hij het uurwerk op en stopte hij zijn hoofd weg in het bonte klamme kussen, dat naar verwelkte netels rook.

Sybren Sybranda was een woudker, die als alle woudboeren hard met zijn volk arbeidde. Hij was uitgeslapen en dom, tuk op voordeel, gierig in het loon, een slecht kenner van mensen, en in zijn kinderloosheid zonder begrip voor een lotgeval als dat van Ekke. Over zijn gestoppeld, verbrand gezicht, tussen de bakkebaarden en de rossige oren trok een plaagzieke glimp, zovaak Ekke's botte zwijgzaamheid en nors, eenkennig uiterlijk zijn aandacht trokken. Hij wilde den jongen opmonteren, maar hij deed het steeds op averechtse manier. Hij plaagde. Boer en knechten plaagden Ekke, met de goedaardige koppigheid, die meedogenloos wordt, omdat ze van geen ophouden weet. Alleen de vrouw, die zuchtend en slonzig en moe was van het harde zomerleven der boeren, nam hem, als het te dol werd en hij het liefst door de planken vloer zou zinken, met een vermoeide machtloosheid in bescherming. Maar even dikwijls bekommerde ze zich niet om hem, en hij had dat

Sluiten