Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de snikken, alsof ze uit zijn buik kwamen, zo krampachtig sidderde het in hem. Hij wendde zich haastig om en liep naar het boerenhuis, langs de vrouw, die hem met de vetpan in de hand sprakeloos nastaarde, de ladder op, naar de zolder; hij stond met het hoofd tegen de balk vol spinraggen, en huilde in een hartbrekende bevrijding.

Enkele ogenblikken later stommelde iemand hem na; de grote knecht. Toen zijn bovenlijf boven de ladder uitstak, veegde Ekke snel met de mouw de vurige tranen weg. De Akkerwouder man stond naast hem, onzeker en stug om te beginnen. In de schemering wachtten ze op elkaar. De knecht hoestte en zei met rauwe stem:

— Je ken opdonderen, zegt Sybranda. Ik dacht 't wel. Stommeling. As je meent, dat we allemaal in onze jonge jaren niet 'ns wat ondervonden hebben...

Ekke antwoordde niet. De grote kerel schopte tegen de kist.

— Neem je rotzooi maar mee en ruk uit. Je loon leit in het voorhuis op tafel. Hij wil je niet meer zien, anders begaat ie een moord aan je, zeit ie.

Een vreemde schrik lichtte in Ekke; het was niet om de woede van den boer, maar om het wegjagen. Hij keek den knecht met grote ontdane blikken aan. Weer zwegen ze. Eindelijk draaide de lange zich om; zijn stem was heser en zachter:

— 't Is goed. Kinders as jij, zonder ouders. •— Ik weet ook niet, wat ik liever gedaan had. Maar jongen, jongen, het leven ligt er voor óns nu eenkeer zo voor: bek dicht en verdragen, verdragen... Zonder klappen worden wij niet groot...

Hij klom de ladder af. Zijn hoofd en schouders stonden op wegzakken, toen hij Ekke nog in dezelfde verslagenheid zag staan. Hij keerde twee treden terug, stak hem de hand toe:

•— Jezus jongen, je bent ommers nog niks, en alles moet je leren. Lak an de wereld moet je hebbenl Nou, het beste. En maak voort, anders komt ie zelf nog, ook al wil ie jou niet meer zien, en dondert je de ladder af, zo waar as ik leef.

Des namiddags kwam Ekke op de Zomerweg terug. Hij had

Sluiten