Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Boeren willen afnemen, en daarom grepen de Boeren de wapens.

Reinou vertelde het, langer van adem en telkens zoekend naar woorden.

— De Engelsman wil alles, alles in de wereld... De krant schrijft er over. Maar de Boeren zijn niet bang. Ze vechten al maanden, jong... als ze 't maar houden... Elke dag schermutselingen —■ bloedig gaat 't er toe. En wij zijn voor de Boeren, vanzelf, 't Is ons eigen vlees en bloed 1 Daarom loopt je oom elke dag naar de weg, as een hond, die zijn baas zoekt... en hij heeft geen rust, voor Meint met de krant komt.

Ekke luisterde, dacht na. Geen onbekend nieuws. Toen hij nog in het waterland woonde, zongen er al jongens op de weekmarkt in het café:

En de Boeren hebben overwonnen,

hiep-hiep hoera! hiep-hiep, hoera...

maar hij had altijd gedacht, dat ze daar de boeren van de klei mee bedoelden... Later had Ekke dat lied zelden meer gehoord. Nu roerde zich de nieuwsgierigheid in hem. Een van de eerstkomende avonden vergezelde hij Tjalling Wychmans bij diens schilderen aan de weg. Het was een lauwe October, het goud in de heesters ritselde scherp en fijn. Tjalling's mondgroeven verdiepten zich, terwijl hij de weg aftuurde. Ekke ging in het al dauwend gras zitten en trok met de klomp zinloze figuren in het zand. Hij hoorde Tjalling een holle kies uitzuigen.

—• Winnen de Boeren, oom Tjalling? vroeg hij onverwacht.

Tjalling keek hem onthutst aan.

— ^Veet je dan van niks?

Ekke kleurde.

•— Ja... van die Boeren daarginds; maar niets van de oorlog.

Tjalling lei de handen op de rug; de harde binnenkant schuurde tegen de harde buitenzijde. Zijn gezicht was vol vijandige bekommernis.

— Allemaal ellende, ellende... Ze houwen 'et niet vol. Eerst

Sluiten