Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer op Meint; hij liep naar huis, terwijl het donker uit de zware heesters over de lichte weg kroop. Ekke groette Meint kortaf, en liep Tjalling na. Bij het hek van de stelp wachtte iemand hen op: Abe, die de krant van Tjalling overkreeg. Hij stak een arm in de lucht.

— Wat is 't nieuws, Tjalling?

Tjalling bleef voor hem staan, de krant stijf tegen het lichaam geklemd.

—1 t Is met de Engelsen, of ze de hel te hulp willen roepen, zei hij grimmig. •—1 Ze hebben nou kampen, waar ze de vrouwen en kinders van de Boeren in drijven as vee, zegt Meint... Moordenaarskampen, zegt Meint...

Hij wendde zich snel naar het erf, liep het huis binnen; achter het raam lichtte de witte neepjesmuts van Reinou nog flauw. Abe haastte zich achter hem aan; Ekke volgde als steeds. Hij had zijn oom nooit zo gezien. Tjalling trilde en schokte in alle leden, toen hij de krant op tafel lei. Voor het eerst hoorde Ekke hem Reinou bevelen:

—- Kom, de lamp op... de lucifers... 'r staat wat verschrikkelijks in de krant.

Vier mensen bogen zich over het belichte blad. Ze lazen, zoals velen in de streek, in de dorpen en steden, in de wereld, van de nieuwste Engelse schanddaad: het concentratiekamp. Abe prevelde koppig mee, Reinou las toonloos, terwijl Tjalling, de hand aan zijn ijzeren bril, met hortende, brekende zinsneden voorlas van de stervende kinderen in de Afrikaanse gevangenschap. Buiten werd het nacht. Ze vergaten de blinden te sluiten; de klok tikte hard en traag, kwartuur na kwartuur; Tjallings gezicht werd donker, zijn mond sloot zich bitter na elk woord van de gruwelen.

Tegen tienen verdween Abe met de krant. Reinou ging slapen. Tjalling liep door het huis, nadat de buur verdwenen was. Ekke dorst niets meer vragen, en kleedde zich in de zijgang voor de slaapstee sprakeloos uit. Toen hij in bed lag, luisterde hij naar de gejaagde onrust van zijn oom. Tjalling Wiarda s klompen zinderden dof in de stal, schuurden op de

Sluiten