Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel, tokten dof onder de heesters van het erf, waar de regenton met eindeloze traagheid voldropte. En hij schrok vreemd op, toen hij zijn oom eensklaps hoorde zingen, een schor en somber lied:

Die vierkleur van oru dierbaar land die waai weer o'er Transvaal,

en wee die godvergelen hand die hom weer neer durf haal •—• —

Het was laat, toen Reinou's stille wijze stem de onrust van Tjalling vermeesterde. Ekke lag diep-verwonderd te staren, hij trachtte te denken, alles samen te rijmen. Goud, moordenaarskampen, oorlog — godvergeten hand — het klonk als een zwarte vloek uit de zachtmoedige mond van den mennisten Tjalling Wychmans Wiarda. Dat afgrijzen, die haat... het beangstte Ekke. Hij wilde het begrijpen. Het leven was donker, vol verraderlijke gebeurtenissen... Oorlog —?

Maar reeds onder het moeizame denken ontbond hem de gezonde, jeugdige slaap.

III

Terwijl de Boerenoorlog uitwoedde in een machteloze guerilla —• iedere dag had de krant haar somber nieuws, dat geen nieuws meer was, omdat ieder wist, dat de Hollanders aan de Kaap tot de nederlaag gedoemd waren — kreeg het leven van Ekke Wiarda een nieuw beloop.

Ekke wist het niet, en Tjalling en Reinou begrepen het zelf maar half, dat het hun naderende ouderdom en eenzaamheid waren, die hen machtig en onverwacht bonden aan den zoon van Jarig. Zij hadden hem aanvaard als éen van hun bloed, en zij zorgden voor hem in onverhoedse uitingen van goedgeefsheid en blinde toegeeflijkheid. En Ekke nam alles, wat zij gaven, alwat wat hij aan de Zomerweg beleefde, met een lichte, kinderlijke verbazing: als een verslagene, die in de zon wandelt, en bemerkt, dat hij buiten zijn wil geneest.

Sluiten