Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afrika een zengende droogte was uitgebroken. Het was Eibert Geertsema, die ditkeer Tjalling staande hield, toen ze beiden met tarwe naar de molen reden.

— Nou, Wiarda, wat zei ik? Kuyper doet niks zonder bedoeling, zei ik. Als bet nou nóg eens oorlog was... en dan die schrikkelijke droogte... manl Dan waren de laatste Boeren ook nog uitgemoord — — Zonder water begin je niks.

Tjalling trok bet hoge licbte voorhoofd honend op.

•— Zo... zo... Wist Kuyper dan in Januari al van die droogte af, toen hij de Boeren in Londen verkocht?

Geertsema keek voor zich, daarna richtte hij de ogen over de glimmende zweetflank van zijn paard heen in de lucht. Tjalling volgde kort en verwonderd die blik.

—• Wij mensen... och, wij benne niks, zei Geertsema, de calvinist. —1 Maar het raadsbestel van daarboven •—• 't is de hand van God, Wiarda, die wij erkennen; de hand van den Here, die deze vrede maakte...

Tjalling Wiarda rukte woest aan de leidsels en reed door.

Nog diezelfde zomer moest er in de woudstreek een nieuwe menniste dominé gekozen worden; en Tjalling met twee andere broeders reisden alle dorpen in de omtrek af, om een deugdelijken voorganger te kiezen. In het najaar was er stemming voor het polderbestuur, en werd Tjalling boekhouder. ■— Aan het Zwarte Kruis stichtten spelende kinderen vuur; twee grote stelphuizen brandden tot de aarde af. —• Des winters verdronken er twee meisjes in het Bergumer meer; ze waren in een wak gereden. —• In Januari 1903 brak de spoorwegstaking uit. ■—>

Iedere dag kwam de krant met nieuwe berichten. Iedere dag had nieuwe gesprekken. De Boerenoorlog was uit de kolommen van de bladen en uit de gedachten der lezers verdwenen. Na een jaar vergat iedereen in de woudstreek, dat hij ooit gewoed had... Tjalling Wychmans Wiarda incluis.

Sluiten