Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men een sleutel in een verroest slot omdraaide. Reinou rukte de krant bijna uit Meint's handen.

— 'n Mooie ben jij, een mooie! Ruzie maken en kabaal, en een ander mens, die er niks mee uit heeft te staan, de dood op .het lijf jagen 1

Meint zweeg ditkeer, keek tersluiks naar de halfopen bedstee, waar Tjalling koortsig steunde, en keerde op zijn schreden terug.

Tjalling lag drie weken in bed, en toen hij opstond, tegen het einde van Februari, was hij mager en lam. Zijn knieën knikten zwak, toen hij voor het eerst mee had gemolken, en de volle emmers in de bussen overgoot, en onder het opladen van de mest brak het zweet hem zo ijskoud huiverend uit, dat hij snel naar de smorende kamerwarmte en de diepe rieten stoel terug

moest keren. —■

Meint kwam elke dag als een dief in de nacht, schoof de krant zonder zijn geroep van „volkl" tersluiks en zo onhoorbaar mogelijk onder de voorhuisdeur door, en haastte zich weg.

Tjalling stond laat op, en ging vroeg naar bed. Hij dronk brandewijn met geklutste eieren, maar sterker werd hij niet. Zijn handen hielden bevend kom, vork en lepel vast; het_ nieuws van de krant trok niet meer; hij lei de bladen steeds na enkele minuten naast zich neer en staarde over het kale voorjaarsland. Na het eten kronkelde hij zich moe en oud bijeen in de korfstoel, de voeten schurend en kil op de plaatstoof.

.—• Ik ben niks meer, zei hij dan. •—• Ik kan niks meer. Met het bedrijf vlotte 't niet. De vaste arbeider en Ekke konden het niet meer samen af. Toen de koeien begonnen te werpen, en Ekke ook bij de zeugen moest waken, gebeurde het dikwijls, dat hij in slaap viel, en dat in die tijd een kalf dood bleef in de grup. Het rasteren van de weidlanden werd vergeten. Iedere dag had zijn schade en vergetenheid. — Reinou's gezicht werd smaller en ze sprak bijna geen woord meer. Ekke liep wanhopig rond; hij had een gevoel, alsof alle tegenslag zijn schuld was. Maar niemand verweet hem iets.

Sluiten