Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Einde Juni keerde hij alweer bij zijn moeder terug; en opnieuw begon de onvervulde, zoekende tijd, als na zijn aankomst; het luisteren naar de „raad", of het staren over de godverlaten wijdte. Hij redderde met trage hand het werk rondom het huis, dat niet veel mannekracht vergde; hij sleepte met balen en kisten voor de winkel, en trok de spijkers uit kratten; hij kruide lege olie- en vetkannen naar het dorp. Des Dinsdags ging hij naar de Sneker markt, en bracht bestellingen aan den grossier, ontevreden, omdat hij lopen moest en zijn fiets in een onberaden opwelling verkocht had. De zomer ging voorbij, schelle dagen en oranje, verhitte avonden, nachten op een doorgezwete strozak, de balken van de zolder volgezogen met stoffige gloed. Heel het dorp stond donkergeurig doortogen van de warmte, de zoete bedwelming van het hooi, dat in laatste rissen op het weidland roosterde en als hooi in vakken en mijten broeide. Iedere week gaf Ekke aan zijn moeder een paar rijksdaalders; hij had uitgerekend, dat hij het zo een paar jaar kon uithouden, voor het geld in het valies op was. Regina nam ze steeds kortaf aan, en borg ze weg; en daarbij keek ze hem misprijzend aan, in een ongesproken vraag, die hij balorig verstond:

.—- Waarom zoek je geen vast werk?

Nee, hij wilde niet. Hij wilde geen knecht meer zijn • bij vreemden. .Maar dat was niet alles. Niet alleen de trots weerhield hem; er begonnen andere stemmingen in hem te treiteren, die van onbeslotenheid en zachte wanhoop. Hij dacht zelden meer aan Tjalling en Reinou; zijn hoofd was vreemd en leeg. Maar uit de verdrongen wrok wies een weerzin in alles, wat boerenbezigheid was; en die afkeer zat in zijn handen, in zijn hele lichaam. Hij begreep het niet; hij had nooit een tegenzin gehad in de arbeid; in de hooitijd, die pas achter hem lag, had hij de anderen verbaasd met zijn kracht. Ja, hij kon zich manhaftig weren, daarover was iedereen het eens. En toch plaagde hem nu iets, dat hem machteloos maakte, dat zijn wil tot een besluit lam sloeg: alsof een heimwee, zo zonderling en beangstigend als hij het ook bij Sybranda niet gekend had, hem volslagen van de mensen en hun bedrijf ging vervreemden.

Sluiten