Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X

In Augustus begon een regentijd, die weken duurde; September had nog schrille dagen met lichte verblindende zon, maar de lucht bleef onrustig, en na vroege najaarsonweders sloot zich de hemel vlagend en bedekt, en verdween het uitzicht onder lage wolken. Het water rees in de boezemsloten, de molens klepperden met houten rateling, maar zij konden niet alles vermalen; het water klotste over de wallen van het grote scheepskanaal, en in de boerenopvaarten bespoelde het vlonders en steigers, waar de vrouwen de emmers boenen en schuren; al de hellende erfjes liepen aan de laagzijde blank. Regina haalde de kachel vroegtijdig van de zolder. De avonden vielen naargeestig en kil over de alleenstaande huizingen. De kleine winkel had weinig nering meer; wat binnenschippers, die hier voor de winter oplegden, en een paar boeren en arbeiders uit de omtrek. Maar de geheime slijterij begon weer volk te trekken. De hele zomer had Regina moeten oppassen; de dagen waren te licht en te lang, en er was een nieuwe veldwachter, jonger dan zijn goedmoedigen voorganger, die scherp en fel bleek als een fret, en alle overtredingen genadeloos aanbracht.

Ekke zat hele dagen achter de kachel, de voeten in de zware, gestopte sokken op de porceleinen plaat. Er lagen wat oude boeken op de zolder, die hij naar beneden haalde, maar ze boeiden hem niet; er was ook een stapel kranten in een touw, waar hij een wolk perkamentgrauw stof afblies, „De Klok". Er stond allerlei in over veenders en stakers, over socialisten en burgemeesters, over verdrukkers en verdrukten; hij las ze door en begreep het niet allemaal; het oude papier ritselde luid en houtig, als hij het omvouwde. Zo las hij, half werktuigelijk, om zijn dode gedachten bedrijvigheid te geven; maar meestal sukkelde hij in een slaap, waaruit hij wakker schrok, als Regina met opzettelijke luidruchtigheid de borden op tafel zette, en er de tinnen vorken en lepels naast gooide. — Dan rekte hij zich, zwaarte en een domme wezenloosheid in zijn leden;

Sluiten