Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achter het raam zwiepten lege bomen, korte gebroken dode twijgen joegen losgerukt tegen het glas. —

Ze aten, bijna zonder een woord. Regina's ogen, gittig en haatdragend, namen hem op, vorsend naar het zonderling geheim van Ekke's afzijdigheid; — de verwijdering tussen de twee mensen was grondig, alsof de vrouw den groten stilzwijgenden man tegenover haar niet met eigen lichaam geboren

en gevoed had. <

Reeds des morgens begon het: Regina schreeuwde drie, vier maal onder aan de ladder, dat Ekke uit zijn nest moest komen; en als hij dan, laat en nors en met verward haar in de kamer verscheen, begroette hem haar vijandige blik, en dikwijls spraken ze in uren geen woord. Als het nodig was, ging hij naar buiten, waar de ruwe talhouten gestapeld lagen, en hakte hij brandstof voor de hoge kachel. Hij ruimde gevallen hout en bladeren op, en staarde vanonder het karrenafdakje in de lucht, waaruit koude regenmonden bliezen. Hij kwam weer binnen, slobberde zijn koffie en thee, sliep opnieuw in bij de kachel, at zijn avondbrood, kroop naar de zolder, luisterde onder het uitkleden naar de woedende weersgeruchten onder het pannendak en woelde zich in een slaap, loodzwaar of met kwellende dromen. — Het gebeurde een enkele keer, dat Regina niet in de kamer was, als er iemand steels om het huis kwam en op de kamerdrempel verscheen — een klant voor de dranknering. Het waren boeren, schippers, landwerkers, of de veerman, die aan zijn vrouw ontsnapt was met het voorwendsel, dat hij het weer in ogenschouw moest nemen. Ze waren niet bang meer voor Ekke's tegenwoordigheid, evenmin als Regina; soms opende hij zelf de kelderkast, en ontkurkte hij de bruine stenen kruiken, om hem in te schenken. Zelfs posteerde hij zich somtijds, als er drinkers in de nacht-affaire waren, achter het verduisterd winkelraam, om een oog te houden op de weg, en bij onraad te waarschuwen. — Het was een medeplichtigheid, die hij in den beginne verachtelijk vond, en die later slechts een onverschillige gemelijkheid in hem liet, maar dan ook alleen, omdat het Regina was, die hij als handlanger diende.

Sluiten