Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de verwijdering, die in het gesprek hadden doorgeklonken, waren niet verminderd, en hingen tussen hen als een kille wolk. Het was een zekere vanzelfsprekendheid, dat Antje niet mee was gegaan, toen Rudmer en Ruth d'Aby in Haarlem trouwden, ofschoon ze natuurlijk was gevraagd. Tjalling en Reinou gingen niet onder het voorwendsel, de moeiten van de uitreis te vrezen, en voor Antje was er ,,het kind, dat haar zo lang niet kon missen". Herre was blij, dat ze thuis bleef, hij zou het voor een tweede keer niet verdragen hebben dat ze hem tegenover de deftige Hollanders, die hij zelf in zijn hart toch ook lichtelijk vreesde, voor scha en schande liet staan.

III

Toen Rudmer Wiarda tot doctor in de godgeleerdheid promoveerde en men vernam, dat hij spoedig dacht te trouwen en een standplaats met pastorie zou krijgen in de '""'Wouden, zocht Herre, zoals hij af en toe een inval volgend deed, zijn ouders op. Het was zijn eerste bezoek aan hen, sinds zij niet meer aan de Zomerweg woonden. De boeldag van de stelp was enkele weken achter de rug, en Herre vond zijn ouders als twee heremieten in het renteniershuisje van gele steen, dat zij hadden betrokken. Het was al vroege zomer; de eerste dahliastruiken hieven hun bolle koppen. Rondom de bloemperken, waar boven de zachte woudaarde, die zwart verpulvert als men ze in de hand neemt, al blauwe boerse bloempjes uitkropen, kiemden de aardbeistroken met lange slingers, de zon broedde warme holen in de zachte aarde; het had in lang niet geregend. Er stonden een paar linden naast het huis, de stroeve kronen gewrongen door een houten latwerk, dat vroegere bewoners er in gespijkerd moesten hebben. Het loof begon te zwellen; dat voorspelde veel zomerschaduw en groene rijkdom en ononderbroken geruis. Onder die bomen openden en sloten zich de luiken van de ramen, waarachter Herre van de weg af zijn ouders al had zien zitten, die zondagochtend.

Sluiten