Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had gebroed. —• De boerenstand, zo zei hij, maakt het steeds beter, en een geldbelegging in een grote weideplaats zou voor de trust niet zonder belang zijn. Wanneer men geld in zo'n onderneming dorst steken, kreeg men niet alleen beschikking over uitgebreide veestapels ■—• waarvan de melk natuurlijk naar de fabrieken van de trust zou gaan ■— maar men had daarnaast de rente in de vorm van het pachtgeld, en een hoge rente ook. Dat betekende een aanwas van bedrijfskapitaal, dekking van de onkosten voor machine's, nieuwe gebouwen, beter werkvolk, fondsen voor prijshandhaving. Zo'n belegging bond meteen grote boeren aan de trust; en grote boeren hadden een stem in 't kapittel bij polderbesturen, dorpsverenigingen en wat dies meer zij, die zwaar telde, en waar de kleinen naar luisterden; dat alles tezamen betekende een scherp wapen tegen de beweging voor coöperatie, die steeds bleef groeien, hetgeen men ook niet te licht mocht achten. ■— Herre sprak een uur en langer aaneen; zijn slotsom bleef, dat men tegen al de gevaarlijke, gemeenschappelijke ondernemingen der kleine boeren een dam op moest werpen. —1 Sommige van de buitenlanders, die de toestand niet zo snel bevroedden, vroegen, of Wiarda dan die invloed op het platteland dacht te kunnen kopen. •—• Herre glimlachte rustig en geslepen in het besef van de juistheid van zijn plannen. •—• Kopen... ja, wat was er ten slotte niet te koop? De invloedskwestie was de allesbeheersende. De domme redenering over vraag en aanbod was goed voor de kleine zakendoeners, die afwachtten, wat voor stand de markt zou vertonen —- maar het was beter, zo betoogde Herre, om die markt zelf te maken, de vraag zelf te regelen, en zodoende het bod ook zelf in de hand te hebben. Dat was de weg voor de grote ondernemingen. .—• Het sprak vanzelf, dat men dit alles niet in een handomdraai of door goede bedoelingen alléén zou kunnen verkrijgen; men moest zich er van verzekeren met de middelen, waarover men beschikte; en een van die beste middelen — Herre keek de confraters één voor één met een veelzeggend half-dicht oog aan —• was nog altijd het geld.

Sluiten