Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hem nog trillingen te weeg van de tederheid, waarmee hij ook nu nog jongen Wychman bekeek, die intussen vier jaar was geworden, en zich met verwondering en naijver een mededinger in de ouderlijke gunst zag toebedeeld.

V

De hele zomer door kwamen er vragende briefjes van de Eisinga's, wanneer zij den kleinen Adzer nu eens te zien zouden krijgen. Pierk, de zwaarlijvige, kon niet meer reizen, en Adzer Eisinga scheen zelfs tegen een bezoek aan Leeuwarden op te zien. — In September schreef Adzer een nieuwe brief: Pierk had een beroerte gehad, en kon haar rechterzij niet meer bewegen. De mededeling in het oudmodisch krullend boerenschrift bracht Antje in duizend vrezen. Ze zag haar moeder al gestorven en uitgedragen, en aarzelde nu niet langer. In de nazomer was ze met de twee kinderen naar Oostermeer gegaan; de meid had haar met pak en zak gebracht en was daarna teruggekomen, om voor den achtergebleven Herre te zorgen. Ze was bang voor Herre, zoals ze van Antje en de kinderen hield; hij zei haar nauwelijks een goed woord, en terwijl ze hem de maaltijden binnen moest opdienen, mocht zij in de keuken blijven eten. — Ze begreep niet wat zo'n man er aan vond, alleen te eten; maar ze was ook blij, dat ze niet tegenover hem hoefde te zitten, en in zijn harde, angstaanjagende grijze ogen hoefde te kijken.

In die week kreeg Herre Wiarda bezoek.

Het was op een avond, waarin een effen stofregen zijn duisternis over de stad trok; het fabrieksterrein, de verlaten gebouwen lagen grijs en vormloos overschaduwd achter de ramen, waaruit Herre het licht had zien ondergaan; alleen de rails trokken vale glinsterstrepen, die ergens in het donker mondden; de trekvaart dreigde zwart als een gevaarlijk wak. Herre zat alleen in de woonkamer; hij had boeken uit de safe meegenomen en keek ze door. Het was zo stil hierbuiten, waar na een uur of acht geen sterveling meer kwam, dat Herre

Sluiten